De ongelukkige gelukkigen… of omgekeerd.

Over het grote IK en die in relaties invullen

Waarom dit geschreven moest worden

Wij zijn al een eeuwigheid samen in relatie en samenwerkend. Niet dat het altijd eenvoudig was, maar vooral omdat het nooit vrijblijvend is geweest. Misschien is dat precies waarom mij al jaren dezelfde vraag wordt gesteld, hoe dan? Hoe blijf je? Hoe werk en blijf je bij elkaar zonder jezelf te verliezen? Hoe geef je iets prijs zonder zelf minder te worden? Dit geld ook voor de vele vrienden die wij hebben, al jaren door dik en dun…

Die vraag klinkt niet alleen steeds meer in persoonlijke gesprekken, maar ook in mijn werk, in coaching en begeleiding, en steeds vaker bij jonge, bewuste mensen. Zelfstandig, mondig, gevormd maar toch vaak alleen. Niet altijd zichtbaar alleen, maar wel alleen, zelfs binnen relaties, persoonlijk, familiair, vriendschappelijk en zakelijk.

Soms heet dat vrijheid, autonomie, keuze. Maar even vaak, en vaak onverwacht, kantelt dat gevoel. Dan wordt alleen zijn geen vorm van regie, maar een ervaring van gemis. Op die eenzaamheid sla ik vaak aan…

Wat mij opvalt is dat de oorzaak zelden bij zichzelf wordt gezocht. Ze ligt altijd bij die ander, bij omstandigheden, bij systemen. De blik naar binnen, wat kan ik geven, wat vrees ik te verliezen, wat vraag ik zonder iets te willen inleveren, blijft moeilijk. Niet uit onwil, maar omdat het eenvoudigweg niet wordt gezien… of niet gezien wíl worden.

De onderliggende gedachte lijkt helder… als mijn IK maar sterk genoeg is, dan kan ik er zijn voor de ander. Maar wat ontstaat is zelden een gedeelde kracht. Het wordt geen samen sterk. Het wordt ieder IK op zichzelf, sterk… maar juist daardoor alleen.

Maar is dat werkelijk kracht? Wat als kracht niet ligt in onaantastbaarheid, maar in het vermogen om te wankelen? Wat als nabijheid pas ontstaat waar kwetsbaarheid zichtbaar mag zijn, niet als tekort, maar als aanbod? Misschien is veeleisendheid niet iets wat je stelt, maar iets wat je belichaamt door te blijven…

Dit essay is daaruit ontstaan. Niet als antwoord, maar als zelfonderzoek en geschreven om je te laten nadenken over het belang van IK.

Leestijd ruim 13 minuten en een flinke wandeling met je almachtige IK…

En IK weet het is veel… maar het is vooral eerlijk, ook naar mijzelf…

Het leven dat klopt

Er zijn levens die kloppen, althans zo lijken ze. Alles is ingericht. De woning is rustig, de agenda beheersbaar, het lichaam onderhouden en succes is zichtbaar. Het bestaan heeft vorm gekregen naar de buitenwereld.

Het is een leven zonder scherpe randen, zonder rommel en zonder afhankelijkheid.. en precies daardoor ook te vaak zonder diepte.

Wie dichterbij kijkt, ziet iets anders… een leven dat functioneert, maar weinig sporen draagt. Er wordt geleefd, maar niet doorleefd. Alsof het leven is ingericht om bekeken te worden in plaats van om in te wonen. Het geluk dat daaruit voortkomt is niet vals, maar wel dun. Het bestaat bij de gratie van wat ontbreekt… ontregeling, verlies, overgave, mislukking en verdriet.


Het almachtige IK als vesting

In dit leven staat het IK centraal. Niet luid of opzichtig, maar onwrikbaar. Alles wordt gespiegeld aan het eigen welzijn, het eigen tempo en de eigen ruimte. De ander mag bestaan zolang zhij zich voegt.

Autonomie is de hoogste waarde geworden.

Afhankelijkheid voelt als gevaar en overgave als verlies. Het IK is geen plek van ontmoeting meer, maar een vesting die bewaakt moet worden. Dit is geen wreed egoïsme, maar een vorm van bescherming. Een bescherming tegen afwijzing, tegen tekortschieten en tegen het verdwijnen van het zorgvuldig opgebouwde zelfbeeld.

De relatie die niet mag blijven

Daarom worden relaties moeilijk gevonden en nog moeilijker behouden… Het begin is vaak veelbelovend, aantrekking, herkenning en gedeelde taal. Maar zodra een relatie meer vraagt dan lichtheid, zoals tijd, kwetsbaarheid en aanpassing, stokt er iets.

Een relatie begrenst. Ze vraagt om rekening houden, om wachten en om blijven waar vertrekken eenvoudiger is. En precies daar schuurt het. Niet omdat het onmogelijk is, maar omdat het raakt aan wat beschermd moet blijven… het grote onaantastbare IK!

Dan volgt afstand. Soms abrupt, soms langzaam. De verklaring ligt buiten zichzelf, het voelt niet meer goed, ik raak mezelf kwijt, het past niet meer. Zinnen die klinken als zelfzorg, maar vaak gebruikt worden als uitweg.

Wat hier verdwijnt is niet het IK, maar de bereidheid om het niet altijd leidend te laten zijn.


Vriendschappen die verdampen

Vriendschap lijkt vrij, zonder contract en zonder verplichting. Juist daarom is het kwetsbaar. Ze begint licht, met gelijkwaardigheid, humor en gemak. Maar ook hier komt een moment waarop iets gevraagd wordt… loyaliteit, aanwezigheid en het verdragen van verschil.

En ook hier stokt het vaak, niet in conflict maar in vervaging. Minder initiatief, langere stiltes en contact dat langzaam oplost.

De verklaring blijft vaak mild… het leven kwam ertussen of we groeiden uit elkaar. Maar onder die zachtheid ligt dezelfde beweging. Het IK wordt niet aangesproken, niet in tekort en niet in verantwoordelijkheid…

Maar vriendschap wordt niet alleen op de proef gesteld door wat er tussen mensen gebeurt. Juist wat van buiten komt kan haar uit balans brengen. Veranderingen in werk, relaties, gezondheid of levensfase kunnen verschuivingen veroorzaken die niet direct worden uitgesproken, maar wel voelbaar zijn.

In die momenten vraagt vriendschap iets anders… blijvend vertrouwen. Het vermogen om de intentie van de ander in ere te houden, ook wanneer gedrag tijdelijk wringt of afwezig lijkt. Zeker in lange of intense vriendschappen is dat geen detail, maar een fundament.

Zonder dat vertrouwen wordt elke afstand al snel gelezen als afwijzing, en elke stilte als onverschilligheid. Met dat vertrouwen ontstaat ruimte. Ruimte om te verdragen dat niet alles meteen klopt, dat niet alles tegelijk gedragen kan worden en dat nabijheid soms een andere vorm aanneemt.

Wat verdwijnt is niet genegenheid, maar uithoudingsvermogen. Het vermogen om te blijven wanneer het niet meer vanzelf gaat.


Werk als spiegel

Ook in werk keert dit patroon terug. Werk is een relatie, niet romantisch maar wel wederkerig. Toch groeit ook daar het verlangen naar maximale autonomie en minimale afhankelijkheid. Vrijheid zonder binding en erkenning zonder aanspraak.

Alles wordt vastgelegd, afgedicht en gecontroleerd, niet alleen voor duidelijkheid maar ook om afhankelijkheid te vermijden. Maar samenwerking zonder afhankelijkheid bestaat niet.

Hiërarchie is geen vernedering maar ordening. Voegen is geen verlies maar erkenning van het geheel. Wanneer dat niet meer gedragen kan worden, wordt werk een transactie. Het werkt, maar het verbindt niet.

En toch vraagt juist die menselijke samenwerking ook om iets ogenschijnlijk tegenstrijdigs… een vorm van zelfbewaking die bijna aan narcisme raakt. Want wie zichzelf niet bewaart, kan ook niet geven. Wie geen grenzen kent, kan zich niet werkelijk verhouden. Een gezond besef van eigen belang is geen tegenpool van altruïsme, maar haar voorwaarde.

Het probleem ontstaat pas wanneer dit zelfbesef absoluut wordt. Wanneer het IK zich niet meer laat aanspreken door het geheel en eigen autonomie zwaarder weegt dan gedeelde verantwoordelijkheid. Dan verdwijnt niet alleen de verbondenheid uit werk, maar ook de menselijkheid.

Altruïsme ontstaat niet uit zelfverloochening, maar uit een IK dat sterk genoeg is om tijdelijk niet de eerste plaats op te eisen. Dat zich kan voegen zonder zichzelf te verliezen. Dat begrijpt dat geven soms betekent dat je even niet wint.

Werk dat werkelijk draagt, vraagt daarom hetzelfde als relaties die blijven… mensen die hun autonomie niet opofferen, maar ook niet verabsoluteren en die erkennen dat afhankelijkheid geen zwakte is, maar de grondvorm van iedere menselijke verhouding.


Gelijkwaardigheid, het ontbrekende midden

Onder dit alles ligt nog een ander spanningsveld. Waar autonomie wordt opgeëist en afhankelijkheid wordt vermeden, verdwijnt vaak ook de werkelijke gelijkwaardigheid. Niet de formele gelijkheid of het uitgesproken principe, maar de geleefde ervaring van wederzijds gewicht.

Gelijkwaardigheid vraagt iets paradoxaals. Dat verschillen mogen bestaan zonder hiërarchisch te worden. Dat rollen erkend worden zonder dat ze mensen verkleinen. Dat iemand tijdelijk meer draagt zonder dat de ander minder wordt…

Juist daar raakt het uit balans. Soms wordt gelijkwaardigheid opgeëist als absolute symmetrie, waardoor elke vorm van leiding verdacht wordt. Soms wordt ze verlaten in de naam van efficiëntie of positie, waardoor de ander niet meer werkelijk meetelt.

In beide gevallen verdwijnt de ontmoeting. Want gelijkwaardigheid is geen gelijkschakeling, maar het vermogen om elkaar werkelijk te laten bestaan, ook wanneer rollen verschillen. Zonder superioriteit en zonder onderwerping, maar met erkenning.

En dat blijkt moeilijker naarmate het IK centraler komt te staan.

Afhankelijkheid en onmacht

Onder dit alles ligt iets diepers… onmacht. Veel mensen zijn sterk in denken, spreken en organiseren, maar raken ontregeld waar het leven zich niet laat sturen. Het lichamelijke, het praktische en het onoplosbare confronteren met grenzen.
Afhankelijkheid maakt die grenzen zichtbaar. En waar dat niet gedragen kan worden, verandert het in afstand of in neerbuiging.

De ander wordt kleiner gemaakt om het eigen wankelen niet te hoeven voelen...

Jeugd en ouderdom

De jeugd voelt dit. Hun onrust is geen gebrek, maar intuïtie. Zij verzetten zich tegen levens die kloppen maar leeg aanvoelen, tegen relaties die verdwijnen zodra ze schuren en tegen werk dat functioneert maar niet draagt.

Daartegenover staat de oudere met een ingericht leven, succesvol en afgerond, maar vaak ook herhalend en stillend. En daar verschijnt iets wat lang overstemd kon worden: leegte. Niet als straf, maar als gevolg van telkens wegbewegen waar blijven werd gevraagd.

Een ander einde

Misschien ligt een geslaagd leven niet in perfectie, maar in doorleving. In blijven waar vertrekken eenvoudiger is en in het toelaten van wat niet beheerst kan worden.

Deze levens ogen rommeliger, minder strak en minder verklaarbaar, maar ze zijn voller. Vol stemmen, gezichten en herinneringen die niet netjes passen maar wel dragen.

Misschien is dat de werkelijke maat. Niet hoeveel controle er was, maar hoeveel er geleefd mocht worden. En misschien is dat uiteindelijk het enige wat blijft.

En misschien, heel misschien, is dát het enige succes dat blijft.

Bernard

Met AI tekst en beeld ondersteuning, maar daarom zeker niet minder mijn verhaal.
Lees anders over dat… dit!

#RelatiesEnVerbondenheid
#HetGroteIK
#KwetsbaarheidAlsKracht
#Gelijkwaardigheid
#AlleenSamen

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.