Tot uw dienst...
De lege huiskamer
Durven we nog wel in de spiegel te kijken?
Als het over jongeren gaat, wijzen we vaak naar social media, fatbikes, drugs, corona of een gebrek aan weerbaarheid.
Maar hoeveel lef hebben we om ook naar onszelf te kijken?
Wat is er verdwenen uit de leefwereld van jongeren? Wat gebeurde er met de buur die nog omkeek, de vereniging die verbond, de opa en oma om de hoek, de ouder die thuis was als school uitging?
In mijn essay “De lege huiskamer” stel ik een ongemakkelijke vraag… groeien de problemen van jongeren, of groeien de verplichtingen die ons steeds verder weghouden van de mensen voor wie we zeggen het allemaal te doen?
Geen pleidooi voor vroeger. Wel een oproep om eerlijk te kijken naar de samenleving die wij voor hen hebben gebouwd.
Lees het met een open blik. En vooral… met de moed om niet alleen naar jongeren te kijken, maar ook in de spiegel van de opvoeder.
#OmgekeerdeZorgpiramide #DeLegeHuiskamer #PreventieWerkt #NieuweHuiskamers #MensVoorSysteem #Jeugdzorg #MinderZorgMeerSamenleving
Leestijd ca: 9 minuten

De lege huiskamer
Een tijd geleden zat ik in mijn bibliotheek aan tafel met jeugdwerkers, bestuurders en mensen uit het onderwijs. Het gesprek ging over jongeren, waarom het volgens velen steeds slechter met ze gaat en vooral… hoe we dat moeten oplossen.
De verklaringen volgden elkaar in hoog tempo op. Het lag aan social media. Aan fatbikes. Aan drank, vapen en drugs. Aan identiteitsproblemen. Aan corona. Aan een generatie die nergens meer tegen zou kunnen. Het was een lange stoet van stereotype opmerkingen over jongeren. Wat mij opviel was dat er nauwelijks sprake was van enige zelfreflectie. Terwijl het gesprek doorging, herhaalde ik steeds dezelfde zin:
“De jeugd komt iedere dag thuis in lege huiskamers.”
Pas na een tijdje keek iemand op.
“Wat bedoel je daar nu eigenlijk mee?” kwam er wat geagiteerd uit…
Ik antwoordde dat we volgens mij te veel naar de symptomen kijken en niet naar de oorzaken.
Veel ouders werken harder dan ooit om hoge woonlasten, vakanties en de levensstandaard die we normaal zijn gaan vinden te kunnen betalen. Daardoor zijn ze vaak niet thuis wanneer hun kinderen uit school komen. Opa en oma wonen niet meer om de hoek, maar genieten van hun pensioen ergens in hun camper in Europa. En de buren? Die kennen we vaak nauwelijks, omdat ook zij vooral bezig zijn hun eigen leven draaiende te houden.
Vroeger werd een kind niet alleen opgevoed door zijn ouders waarvan veelal wel één persoon thuis was. Er was ook nog een netwerk van familie, buren, leraren en andere volwassenen die meekeken, meeluisterden en nog mee mochten corrigeren als dat nodig was. Niet omdat het moest, maar juist omdat het vanzelfsprekend was.
Dat natuurlijke netwerk is op veel plaatsen flinterdun geworden.
Misschien moeten we daarom stoppen met uitsluitend kijken naar wat er misgaat met jongeren. Misschien moeten we ons afvragen wat er uit hun omgeving in de loop van de tijd is verdwenen. Want als een kind thuiskomt in een leeg huis, opgroeit tussen onbekende buren en steeds minder vanzelfsprekende verbindingen ervaart, hoeven we niet verbaasd te zijn dat jongeren elkaar op straat opzoeken, uit verveling gaan rondzwerven en… zoals jongeren van alle tijden… grenzen verkennen, experimenteren en risico’s nemen. Wanneer er vervolgens niemand is die tijdig corrigeert, ondersteunt of gewoon luistert, kan een tijdelijke zoektocht langzaam uitgroeien tot een probleem waar uiteindelijk professionele hulp voor nodig is.
De vraag is dan niet waarom jongeren zichzelf kwijtraken. De vraag is waarom er steeds minder mensen om hen heen zijn die hen helpen zichzelf te vinden.
De vraag is dan niet waarom de jeugdzorg blijft groeien. De constatering is dat het maatschappelijke vangnet steeds kleiner wordt. Mijn oproep is overigens niet om terug te verlangen naar vroeger. Die tijd komt niet terug. De samenleving verandert en dat is een gegeven. En juist daarom moeten we op zoek naar nieuwe vormen van verbinding. Nieuwe huiskamers. Plekken waar jongeren worden gezien, gehoord en aangesproken. Sportverenigingen, cultuurhuizen, buurthuizen, muziekruimtes en andere ontmoetingsplekken die de leegte kunnen opvangen die het verdwenen netwerk heeft achtergelaten.
Daar ligt voor mij de echte preventie en dus oplossing…
Misschien zou de zoektocht niet moeten zijn hoeveel zorg we kunnen organiseren, maar hoeveel natuurlijke betrokkenheid we weten te behouden. Jongeren horen op te groeien tussen ouders, familie, buren, trainers, docenten en vrijwilligers; tussen mensen die betrokken zijn zonder professionele opdracht. Pas wanneer die natuurlijke kaders tekortschieten, zou een uniform, een protocol of een zorgtraject in beeld moeten komen. Niet andersom.
Een gezonde samenleving herken je niet aan het aantal hulpverleners dat zij kan inzetten, maar aan het aantal jongeren dat zonder hulpverlening volwassen kan worden omdat er om hen heen voldoende mensen zijn die hen zien, horen en richting geven.

De omgekeerde zorgpiramide
Waarom een samenleving die steeds meer zorg levert zich moet afvragen waarom zij steeds meer zorg nodig heeft
Voorwoord
Ik maak mij zorgen. Niet omdat er meer jongeren hulp krijgen. Integendeel. Wie hulp nodig heeft, moet die kunnen krijgen. Een beschaafde samenleving laat haar kinderen niet vallen.
Mijn zorg zit ergens anders.
De afgelopen decennia is het aantal jongeren dat gebruikmaakt van jeugdhulp explosief gestegen. Volgens het Nederlands Jeugdinstituut groeide het aandeel kinderen en jongeren dat jeugdhulp ontvangt van ongeveer 3,7% in 2000 naar 14,1% in 2024. Een bijna verviervoudiging in slechts 25 jaar. [nji.nl]
Tegelijkertijd vraag ik mij af of wij dezelfde groei hebben gezien in sportverenigingen, cultuurparticipatie, buurthuizen, muziekonderwijs, amateurkunst, jeugdwerk, scouting, maatschappelijke organisaties en andere vormen van preventie. De cijfers geven eerder aanleiding tot het tegenovergestelde beeld. Cultuurinvesteringen zijn weliswaar gestegen, maar stonden over langere periodes onder druk en groeiden niet in verhouding tot de groei van de zorgvraag. [ocwincijfers.nl], [cultuurmonitor.nl]
De vraag die bestuurders en politici zichzelf zouden moeten stellen is daarom niet:
“Hoe organiseren we meer jeugdzorg?” Maar… “Waarom hebben we steeds meer jeugdzorg nodig?”
Dat zijn twee fundamenteel verschillende vragen.
De zorgexplosie
Sinds 2015 steeg het aantal jongeren dat jeugdzorg ontvangt met ruim 100.000. In 2024 kregen ongeveer 481.000 jongeren jeugdzorg. De groei zit vooral in ambulante hulp en begeleiding bij psychische en gedragsproblemen. [longreads.cbs.nl], [longreads.cbs.nl] Voor veel bestuurders lijkt dit een bewijs dat het stelsel steeds beter bereikbaar wordt.
Maar er is ook een andere interpretatie mogelijk.
Wanneer een samenleving steeds meer behandelcapaciteit nodig heeft, kan dat betekenen dat de problemen sneller groeien dan onze oplossingen.
Niemand zou een verdubbeling van het aantal brandweerinzetten als succes beschouwen. Dan zou de eerste vraag zijn waarom er zoveel branden ontstaan.
In de jeugdzorg gebeurt vaak het tegenovergestelde. De maatschappelijke discussie gaat voornamelijk over wachtlijsten, budgetten en capaciteit. Veel minder over de omstandigheden die jongeren kwetsbaar maken. Daardoor dreigt de zorgsector symptomen te bestrijden terwijl oorzaken onvoldoende aandacht krijgen.
De vergeten basis van de samenleving
Kinderen ontwikkelen zich niet uitsluitend in spreekkamers. Zij ontwikkelen zich op voetbalvelden. In muzieklokalen. Bij toneelverenigingen. Op scoutingkampen. In jeugdcentra. In buurten waar volwassenen elkaar kennen. Juist daar ontstaat veerkracht.
Sport leert omgaan met winst en verlies. Cultuur leert uitdrukking geven aan creativiteit en gevoelens. Verenigingen creëren verbondenheid. Buurtnetwerken bieden informele ondersteuning voordat professionele hulp noodzakelijk wordt.
Het zijn de onderste stenen van de maatschappelijke piramide. Wanneer die basis verzwakt, ontstaat bovenin meer druk. En die basis is naar mijn mening zwak… zeer zwak… Dan krijg je een situatie waarin preventieve voorzieningen verdwijnen terwijl behandelsystemen groeien. Een samenleving die bezuinigt op verbinding moet uiteindelijk steeds meer in reparatie investeren.
De omgekeerde zorgpiramide
Traditioneel bestaat een gezonde maatschappelijke piramide uit drie lagen.
Onderaan
- Gezin
- Familie
- Vrienden
- Buurt
- Onderwijs
- Sport
- Cultuur
- Verenigingsleven
- Vrijwilligerswerk
In het midden
- maatschappelijke ondersteuning
- jongerenwerk
- preventieve begeleiding
Aan de top
- specialistische jeugdzorg
- GGZ
- crisiszorg
- gesloten zorg
In een gezonde situatie rust de top op een brede basis. Steeds vaker lijkt echter het tegenovergestelde te gebeuren. De top groeit. De basis blijft gelijk of krimpt.
Daardoor ontstaat een omgekeerde zorgpiramide.
Een systeem dat steeds afhankelijker wordt van steeds duurdere interventies. Dat is financieel moeilijk houdbaar en maatschappelijk ongezond… en belangrijker ongewenst…
De ongemakkelijke vraag over belangen
Hier ontstaat een vraag die veel bestuurders liever vermijden. Wie heeft belang bij het huidige systeem? Dat is een legitieme vraag, niet omdat zorgprofessionals verkeerde intenties zouden hebben, maar omdat elk systeem eigen belangen ontwikkelt. In de jeugdzorg gaat jaarlijks vele miljarden euro’s om.
Rondom die middelen bestaan:
- instellingen;
- adviesbureaus;
- accountants;
- consultancybedrijven;
- managementlagen;
- contractstructuren;
- aanbestedingsmodellen.
Duizenden mensen verdienen hier terecht hun inkomen. Maar een systeem dat financieel afhankelijk wordt van probleembehandeling heeft niet automatisch een prikkel om problemen overbodig te maken. Dat betekent niet dat er sprake is van samenzweringen. Wel van systeemlogica. Wanneer een probleem verdwijnt, verdwijnen immers ook budgetten, opdrachten en organisaties.
Juist daarom moet de overheid voortdurend onderzoeken of financiële prikkels nog in lijn liggen met maatschappelijke doelen. Het doel van jeugdzorg mag nooit zijn om meer jeugdzorg te produceren. Het doel van jeugdzorg moet zijn om minder jeugdzorg nodig te maken.
Klinkt logisch maar ik ervaar al jaren het tegenovergestelde als ik zie waar de investeringen met name gedaan worden.
Preventie levert weinig op voor begrotingen, maar veel voor de samenleving
Preventie kent een fundamenteel politiek probleem. Succes is nauwelijks zichtbaar. Wanneer een jongere geen psychische problemen ontwikkelt dankzij een sport- of theaterclub, verschijnt dat niet in statistieken. Wanneer muziekonderwijs een depressie voorkomt, wordt die winst nergens geregistreerd. Wanneer een wijknetwerk een crisis opvangt voordat professionele hulp nodig is, krijgt niemand daar een productievergoeding voor.
Hetzelfde geldt voor de honderden particuliere en vrijwillige initiatieven die overal in Nederland bestaan. De inwoner die een jongerenactiviteit organiseert. De muziekstudio in een oude garage. Het buurtinitiatief dat jongeren een plek geeft om elkaar te ontmoeten. De vrijwilliger die een maatje wordt. De ondernemer die een ruimte beschikbaar stelt. De cultuurmaker die jongeren hun talent laat ontdekken. Hun maatschappelijke waarde is vaak groot, maar hun plek op de begroting klein.
Sterker nog, veel van deze initiatieven bestaan ondanks het systeem en niet dankzij het systeem. Ze draaien op betrokkenheid, vrijwilligerswerk, doorzettingsvermogen en soms op eigen financiële offers. Terwijl zij vaak precies datgene bieden wat jongeren nodig hebben: nabijheid, vertrouwen, ruimte om te groeien en een gevoel ergens bij te horen.
Juist deze laagdrempelige initiatieven kunnen doen wat professionele systemen vaak moeilijk kunnen: vroeg signaleren, vertrouwen opbouwen en jongeren het gevoel geven ergens bij te horen. Toch zijn dit waarschijnlijk de meest waardevolle maatschappelijke investeringen. Preventie bespaart niet alleen geld.
Preventie voorkomt leed.
Daarom zou het normaal moeten zijn dat elke euro voor specialistische jeugdzorg wordt gespiegeld aan de vraag: hoeveel investeren we in het voorkomen van dezelfde problematiek?
Een andere manier van denken
Misschien moeten we stoppen met het beschouwen van sport en cultuur als recreatie. Misschien zijn het gezondheidsvoorzieningen…Misschien zijn amateurkunst, verenigingen en jongerenwerk niet de luxe rand van de verzorgingsstaat…
Misschien vormen zij de nieuwe fundering ervan.
Dat vraagt om een andere benadering.
Niet: “Wat kost sport?”
Maar: “Wat kost het wanneer sport ontbreekt?”
Niet: “Wat levert cultuur direct op?”
Maar: “Wat zijn de maatschappelijke kosten wanneer cultuur verdwijnt?”
De antwoorden op die vragen zouden wel eens veel hoger kunnen uitvallen dan we nu aannemen.

Slotwoord
Misschien is het meest confronterende aan dit verhaal wel dat het eigenlijk geen nieuw verhaal is…
Al jarenlang wijzen wetenschappers, adviesraden, gemeenten, professionals en talloze vrijwilligers op het belang van preventie, een sterke sociale basis en betekenisvolle verbindingen tussen mensen. Rapporten zijn geschreven, beleidsvisies opgesteld en conferenties georganiseerd. De kennis is er. De inzichten zijn er…
En toch groeit de vraag naar jeugdzorg verder. Misschien is dat wel de ongemakkelijkste constatering van allemaal…
Misschien hebben we daarom geen gebrek aan kennis, maar aan de bestuurlijke én maatschappelijke moed om te handelen naar wat we al weten.
Niet omdat bestuurders, professionals of politici het verkeerde willen. Integendeel. Vrijwel iedereen zet zich met overtuiging in voor jongeren. Maar de urgentie van vandaag verdringt steeds opnieuw de investeringen van morgen. Wachtlijsten vragen om directe oplossingen. Incidenten vragen om snelle reacties. Begrotingen en verkiezingen vragen om zichtbare resultaten. Terwijl de opbrengst van een sterke buurt, een sportvereniging, een muziekstudio, een vrijwilliger of een betrokken buur soms pas jaren later zichtbaar wordt…
Misschien is dat wel de grootste uitdaging van deze tijd… niet het ontbreken van oplossingen, maar het vermogen om te investeren in wat zich niet direct laat zien en meten.
Want een samenleving wordt uiteindelijk niet bepaald door de kwaliteit van haar reparaties, maar door de kracht van haar fundament.
Misschien moeten we daarom ophouden met de vraag hoeveel zorg wij ons kunnen veroorloven en beginnen met de vraag hoeveel samenleving wij nog met elkaar willen zijn.
Want wanneer een jongere zich gezien voelt voordat hij vastloopt, wanneer een vrijwilliger het verschil maakt voordat een hulpverlener nodig is, wanneer een buur, trainer, docent of cultuurmaker een rol speelt voordat een dossier wordt geopend, dan hebben we misschien iets bereikt wat in geen enkele begroting volledig zichtbaar wordt, maar wat van onschatbare waarde is.
Misschien is de weg naar een gezonde zorgpiramide uiteindelijk geen financieel vraagstuk, maar een beschavingsvraag.
Niet hoeveel problemen wij kunnen oplossen. Maar hoeveel problemen wij samen weten te voorkomen.
Dat is geen weg terug naar vroeger.
Dat is een stap vooruit naar een samenleving die opnieuw begrijpt dat zorg niet alleen ontstaat in instellingen, maar vooral in de manier waarop mensen naar elkaar omzien, daar moet naar mijn mening weer meer ruimte voor komen.
Misschien moeten we daarom minder sturen op wat we kunnen tellen, en meer investeren in wat werkelijk telt. Want uiteindelijk is de kwaliteit van een samenleving niet af te lezen aan haar begroting, maar aan de manier waarop zij voorkomt dat mensen een dossier worden.
Bernard
#OmgekeerdeZorgpiramide #DeLegeHuiskamer #PreventieWerkt #NieuweHuiskamers #MensVoorSysteem #Jeugdzorg #MinderZorgMeerSamenleving
Check eens mijn Jampoint verhaal… “De ondergaande zon”
Met AI tekst en beeld ondersteuning, maar daarom zeker niet minder mijn verhaal.
Lees anders over dat… dit!
