Tot uw dienst...
De illusie van communicatie
Over kennisbubbels, beleid en de vergeten burger…
De afgelopen weken ben ik geschrokken van hoe fel, hard en extreem het maatschappelijke debat opnieuw is geworden. In plaats van te zoeken naar nuance en zelfreflectie, vervallen de zogenaamd slim opgeleiden weer in snelle oordelen, verwijten en uitsluiting.
In mijn artikel “De illusie van communicatie” probeer ik te laten zien hoe beleid en communicatie vaak een cirkel van gelijkgestemden bedienen, terwijl de burger, twijfelaar of buitenstaander vergeten wordt. We spreken over transparantie en verbinding, maar echte dialoog blijft uit… en zo groeit het wantrouwen en wordt de samenleving weer een stapje harder.
Wat mij ook steeds kritischer maakt, is hoe de media steeds meer de extremen in beeld brengen. Ze richten zich op sensatie en conflict, terwijl ze juist diepgaand onderzoek naar het waarom zouden moeten doen…
“Waarom denk je dat mensen hun frustraties uiten met bijvoorbeeld het ingooien van ramen?” Die vraag zal meer opleveren dan de vraag “Wat is uw gevoel bij het ingooien van uw ramen?” Dat antwoord kan iedereen wel inschatten toch?
Mijn stuk roept op tot een ethiek van heldere en eerlijke communicatie, waarbij leiders, managers en beleidsmakers oprecht durven te spreken en ook echt luisteren. Niet om gelijk af te dwingen of ongemak weg te wuiven, maar om openheid te creëren en vertrouwen te winnen. Want wie alleen zendt, zonder zichzelf ter discussie te stellen, vergroot de kloof en het extreme geluid in onze samenleving.
Lees het volledige artikel als een oproep tot meer openheid, wederkerigheid en het hervinden van de verantwoordelijkheid om de samenleving te verbinden, niet te verdelen.
Wie deze gedachte verder wil uitpakken, nodig ik uit mijn longread te lezen; ” De illusie van communicatie “
Dit kost je ca. 9 minuten en wat tijd om over dit alles na te denken…

Er was een tijd dat communicatie vooral een wedstrijd in taalvaardigheid was. Wie de mooiste volzinnen kon bouwen, wie het scherpst formuleerde, wie de dt foutloos zette. Taalpuristen waakten streng over grammatica en stijl en vergaten dat taal in de eerste plaats een middel tot verbinding is, geen doel. Communicatie werd een arena voor taalgochelaars, niet voor mensen die werkelijk iets wilden delen of begrijpen.
Nu, in een tijd van overvloedige informatie en professionele communicatie, lijkt het paradoxaal genoeg steeds moeilijker om werkelijk gehoord te worden. Overheden, bedrijven, organisaties en bureaus spreken over transparantie, participatie en vooral dat magische woord van nu… verbinding. Maar wie goed luistert, hoort vooral echo’s van zichzelf. Het woord verbinding is vaak niet meer dan een vinkje in de tekst.
De communicatie is veelal gericht op mensen die al weten… collega’s, vakgenoten, adviseurs. De boodschap is verpakt in visuele hoogstandjes en strategische taal, maar de kern, de echte verbinding, is volledig zoek.
De gesloten kring
Communicatie is een vak met eigen wetten, prijzen en conferenties. Bureaus, afdelingen en managers spiegelen zich aan elkaar, niet aan de samenleving. Succes wordt gemeten in clicks, bereik en design, zelden in begrip, vertrouwen of verandering. In onderlinge wedstrijdjes drukken professionals elkaar de veren met veel zwier in den kont… zo royaal dat men elkaar haast in de mantel van zelfgenoegzaamheid hult. Maar terwijl de pluimen rijkelijk rondgaan, blijft de echte waardering van buiten opvallend uit.
De doelgroep, de burger, de bewoner, de medewerker, de twijfelende mens, de onwetende sukkel, wordt te vaak gezien als eindstation, niet als vertrekpunt. Er wordt over hen gesproken en voor hen gedacht, maar zelden echt met hen gecommuniceerd. Reageren ze anders dan verwacht, dan ligt dat aan hun “gebrek aan kennis en betrokkenheid”.
Beleid als toneelstuk
In veel gemeenten, bedrijven en organisaties is communicatie een ritueel. Het beleid ligt vast, de richting is bepaald en het gesprek is slechts formaliteit. Mensen voelen dat. Ze herkennen het verschil tussen een uitnodiging tot dialoog en een uitnodiging tot instemming.
Wat volgt is frustratie, verdriet en wantrouwen. Niet omdat mensen tegen beleid of beslissingen zijn, maar omdat ze niet echt worden meegenomen. Hun vragen worden aangehoord maar niet beantwoord, hun zorgen genoteerd maar niet verwerkt.
Het gevolg is dat mensen steeds harder moeten roepen om door te dringen. Echte aandacht ervaren ze vaak pas wanneer hun frustratie zo extreem wordt dat het conflict escaleert. Pas als ze worden aangeklaagd of massaal protesteren, lijkt het beleid of het management te beseffen dat men zich niet gehoord voelt. Dan pas komt er iets binnen – maar veel te laat, en tegen een hoge prijs.
Macht in taal
Denkers wijzen erop dat macht zich vaak verschuilt in taal. Wie spreekt, bepaalt wat gehoord wordt. En wie niet spreekt, verdwijnt uit het verhaal. Beleidsmakers, managers en communicatieprofessionals schrijven en spreken veel, maar luisteren weinig. Ze beheersen de taal van planning en beleid, maar verliezen de taal van het leven.
Dat mechanisme is niet nieuw. Eeuwenlang verkondigden geloofshuizen het woord aan ongeletterde onderdanen. De preek was een monoloog, vaak meer instrument van gezag dan van dialoog. Wie niet kon lezen, kon niet tegenspreken. Wie niet tegensprak, werd geacht te begrijpen.
Communicatie als debat
Echte communicatie naar buiten moet een vorm van debat zijn. Niet het bevestigen van gelijkgestemden, maar het aangaan van gesprek met wie twijfelt of weerstand voelt. Daar zit de meerwaarde, want daar moet je uitleggen, overtuigen en soms iemand even bij de hand nemen.
Communicatie is daarmee ook een vorm van lesgeven… de verantwoordelijkheid om kennis en inzicht te delen, wetenschap over te brengen en de onwetende wetend te maken. Niet om gelijk af te dwingen, maar om begrip te laten groeien.
“De jaknikkers hoef je niet te bereiken het gaat om wie niet vanzelf met je mee wil in gedachte en gevoel.”
Maar! Ook de ontvanger heeft een rol
Communicatie vraagt niet alleen iets van de zender, maar ook van de ontvanger. In een tijd van talloze kanalen is het te makkelijk om alles wat schuurt af te doen als “slechte communicatie”. Niet elke lastige boodschap is slecht gebracht. Soms vraagt ze om openheid, geduld en bereidheid tot interpretatie. Begrip ontstaat niet alleen door helderheid van de zender, maar ook door de wil van de ontvanger om zich te verplaatsen in de ander.
De roep om betere communicatie mag dus geen afweermechanisme worden tegen alles wat ongemakkelijk is. Anders wordt communicatie geen brug, maar een muur.
Een ethiek van kwetsbaarheid
Wat nodig is, is een ethiek van kwetsbare communicatie. Een houding waarin leiders, bestuurders en beleidsmakers niet alleen zenden, maar ook ontvangen. Waarin ze niet alleen plannen uitleggen, maar ook twijfels delen. Waarin ze niet alleen spreken, maar ook durven stil te zijn om te luisteren.
En niet achteraf, maar vooraf. Want echte communicatie begint niet bij het zenden van een boodschap, maar bij het erkennen van de ander als volwaardige gesprekspartner.
De vergeten plicht
Communicatie ook een vorm van onderwijs. De een maakte de ander iets duidelijk, de spreker en schrijver nam verantwoordelijkheid om de toehoorder wijzer te maken. Het was de vanzelfsprekende plicht… de onwetende wetend maken, iemand soms letterlijk bij de hand nemen.
Vandaag ontbreekt dat bewustzijn steeds vaker. Die plicht is verdrongen door de arrogantie van de hoogopgeleide professional, die zijn jargon met mooie plaatjes als vanzelfsprekend oplegt. De taal en het beeld is complex, de boodschap gestuurd, de ruimte voor wederkerigheid minimaal. De vorm veranderd, de machtsstructuur blijft.
Het onvermijdelijke slot
En zo blijft er een ironie hangen… ook dit betoog is weer communicatie. Geschreven in woorden die waarschijnlijk vooral belanden bij een kleine kring van mensen die al weten, al betrokken zijn, al geïnteresseerd en het weer terzijde leggen.
“ Terwijl de burger of medewerker om wie het gaat het waarschijnlijk nooit lezen zal.”
Misschien is dat wel de grootste illusie van allemaal: dat we denken dat we door te schrijven, te zenden en te publiceren, werkelijk de ander bereiken.
Daarom blijf ik naast schrijven en gesprekken voeren vooral ook “dingen” doen… #AlsHetKan Beeld en tekst met
Dingetje, wel leuk
In de jaren 00 deed ik met een team van een bekend merk onderzoek naar vormgeving en bereik. Grote campagnes als de Glamour Stiletto Run, Zeeman undercover op Fashion Week, de HEMA push-up bh-campagne, de BNN Donorshow en de discussie rond de Negerzoenen van Buys stonden in de vragenlijst en scoorden hoog. Maar opvallend genoeg haalden ook de “foute” posters van de lokale sportvereniging en de bingo op de camping, zonder design of strategie… een bereik van boven de 99%.
Bernard
Met AI tekst en beeld ondersteuning, maar daarom zeker niet minder mijn verhaal.
Lees anders over dat… dit!
