Tot uw dienst...
Rechtbankverslag, Verweer, Slotwoord #2 – Zaak D66 Amersfoort
Disclaimer
Dit document bevat mijn persoonlijke weergave van de rechtszitting in het hoger beroep.
Alle beschrijvingen zijn geanonimiseerd en zijn uitsluitend bedoeld om mijn positie, mijn beleving en de aanleiding van bepaalde gebeurtenissen toe te lichten. Ik noem geen namen.
Ik respecteer de uitspraak van de rechtbank en volg de opgelegde voorwaarden.
Dit verslag is geen poging om betrokken personen te benaderen, te beïnvloeden of in een kwaad daglicht te stellen, maar dient uitsluitend ter verantwoording richting mijn omgeving, aangezien de kwestie reeds breed in de media verschenen is.
Eventuele overeenkomsten met personen of situaties zijn onbedoeld en voortkomend uit noodzakelijke context en publieke verslaglegging.
“Dit is geen juridisch document; raadpleeg de officiële uitspraak op rechtspraak.nl voor feitelijke informatie.”
Het wachtwoord, (delen van) teksten en de pagina link mag niet gekopieerd of gedeeld worden zonder toestemming!
In dit verslag heb ik er bewust voor gekozen om geen namen te noemen en privé‑omstandigheden slechts in algemene termen te omschrijven. Dit doe ik uit respect voor de betrokkenen en om te voorkomen dat er onnodige schade komt door informatie die buiten de directe kern van de gebeurtenissen valt. De mensen en de media die bij de zitting aanwezig waren, kennen de context en herkennen de situaties zonder dat specifieke persoonlijke details openbaar gemaakt hoeven te worden.
Daarnaast is het belangrijk om te benadrukken dat ik het daadwerkelijke, integrale rechtbankverslag niet (semi)‑openbaar wil en mag maken. Daarom beperk ik mij tot een eigen inhoudelijke weergave van mijn verklaringen en waarnemingen, waarbij de formele processtukken en woordelijke weergaven van de zitting bewust buiten beschouwing blijven.
Het was een openbare zitting, ik heb nog gevraagd of dit achter gesloten deuren kon plaatsvinden en echt niet in mijn belang, behalve dan dat ik dan wellicht meer explicietere dingen hardop had benoemt.
Ook hebben we op het laatst gevraagd aan een actiegroep van boze ouders en grootouders die ontstond om mee naar de zitting te gaan om dat niet te doen, omdat dit werkelijk de zaak er niet beter op zou maken.
Dit hebben ze gerespecteerd… #Dank
Er waren op de tribune ongeveer vijfentwintig mensen aanwezig van beide partijen.
Het beschadigen van het raadslid, maar ook van de partij, méér dan noodzakelijk dan voor mijn verdediging, is nooit mijn wens geweest laat dat helder zijn.
Daarnaast merk ik het volgende op over de procesgang. De zitting was uitzonderlijk lang en ik ben daarin als enige uitgebreid gehoord door een meervoudige kamer (drie rechters). Het raadslid beriep zich wederom op haar zwijgrecht. Tijdens de zitting was sprake van opmerkingen en non‑verbale reacties van de rechtbank die voor ons de schijn van vooringenomenheid vormden. Mijn persoon werd bij herhaling publiekelijk karikaturaal neergezet.
Dat leidde er toe dat, ondanks de achteraf voornamelijk geuite verbazing ook een onrustige glimlach binnen mijn eigen gezelschap ontstond. Het karakter van een serieuze rechtszitting veranderde daardoor soms in een lichtzinnige, bijna parodistische behandeling, hetgeen naar mijn oordeel onverenigbaar is met de vereiste rechterlijke onpartijdigheid en zorgvuldigheid. De ernst van de zaak en de waardigheid van de zitting werd feitelijk daardoor wel voor ons gevoel ondermijnd.
En dit is gewoonweg gebeurd, we keken op enige momenten naar een editie van de Muppetshow.
In de eerste zitting hebben wij uitsluitend de juridische kwalificatie van belaging ontkend en geprobeerd duidelijk te maken dat deze kwalificatie naar ons oordeel feitelijk en juridisch onjuist is. Ik heb toen bewust gezocht naar de minimale grens van wat noodzakelijk was om toe te lichten waarom ik heb gehandeld zoals ik heb gehandeld. Desondanks kwam het tot een veroordeling, waartegen ik hoger beroep heb ingesteld.
In de eerste zitting waren bovendien al enkele aspecten behandeld en afgerond. De rechter maakte mij aan het begin van deze tweede zitting op indringende wijze duidelijk dat ik die punten niet opnieuw hoefde in te brengen of uit te leggen...
In deze tweede zitting heeft mijn advocaat dezelfde lijn gevolgd met toevoeging van een aantal arresten over de like die ook als belaging zijn ingevoegd. Tot op heden zijn wij beiden (en zeer velen met ons) van mening dat er geen sprake is van belaging. Het contact bestond volledig uit schriftelijke communicatie, en daarin was geen enkele vorm van dreiging, agressie, intimidatie of ongewenste sturing aanwezig. Integendeel… wij zien daar juist een grote mate van zorgvuldigheid en terughoudendheid in, en voor ons was dit duidelijk een uiting van grote zorg richting het raadslid
In deze zitting heb ik echter nu wel alle betrokken partijen benoemd en aangegeven dat hun handelen heeft bijgedragen aan het feit dat ik mij genoodzaakt voelde te handelen zoals ik heb gedaan. Het betreft hier de betrokken D66‑besturen, de fractieleiding, de ouders van het raadslid en het gedrag van het raadslid zelf.
Na haar persoonlijke stopbericht ruim voor het formele stopgesprek bij de politie is er slechts één zeer korte, strikt juridische informatiemail van mij verstuurd, waarin ik het raadslid enkel heb gewezen op een relevante juridische ontwikkeling. Dit was het enige bericht dat na het persoonlijke stopbericht van het raadslid is verzonden en vormt naar ons inzicht het enige contactmoment dat eventueel als ongewenst zou kunnen worden geduid, en daarmee uitsluitend theoretisch als enige mogelijke grond voor de kwalificatie belaging. Dit bericht volgde na een periode van acht maanden van volledige terughoudendheid.
Toerekening van impact
Zij verklaart dat haar aangifte van belaging en de daaropvolgende strafrechtelijke afhandeling hebben geleid tot een periode waarin zij, naar eigen zeggen, “geen leven” heeft gehad. Volgens haar was sprake van een blijvende psychische belasting, sociale terugtrekking, verminderd functioneren en een voortdurende staat van spanning en alertheid. Zij stelt dat deze situatie opnieuw is verergerd en bestendigd door het instellen van hoger beroep door mij, waardoor herstel uitbleef en het gevoel van onveiligheid en ontregeling werd geactiveerd. Tevens heeft zij aangevoerd dat dit gebeuren haar vertrouwen in mannen verder heeft aangetast.
Causaal verband en duur;
Het raadslid stelt dat er een direct causaal verband bestaat tussen mijn handelen en de voortduring van haar klachten, waaronder gevoelens van onveiligheid, afname van vertrouwen, en beperkingen in haar dagelijks functioneren, zowel ten tijde van de aangifte als in de periode daarna. Zij benadrukt dat deze gevolgen volgens haar niet tijdelijk waren, maar zich over een aanzienlijke periode hebben uitgestrekt.
De advocaat‑generaal
Deze benadrukte herhaaldelijk dat het raadslid een volwassen vrouw is. En impliceerde daarmee dat zij geen hulp nodig had van mij. Ik heb mij telkens met moeite onthouden van de opmerking dat ik mij daarvan volledig bewust ben, maar dat juist haar omgeving haar in de praktijk vaak als kind zag, benoemde en behandelde.
Mijn stilzwijgend kijken was hierover waarschijnlijk irritant en veelzeggend genoeg…
Daarnaast merkte de advocaat‑generaal op dat mijn appbericht waarin ik schreef dat “wat zie je er weer prachtig uit” te verkiezen zou zijn boven een bericht waarin ik het tegenovergestelde zou hebben geschreven. Ik zat even met mijn ogen te knipperen en heb daarop ook niet gereageerd, omdat ik hierover in de eerste zitting reeds een toelichting had gegeven. Onder het betreffende bericht lag namelijk een weggeknipte vervolgvraag, nl. of ze de foto zelf wenste te gebruiken en of ik die foto mocht gebruiken voor partijcontent?
Onderstaand mijn verweer in grove lijnen.
Algemeenheden die ik ook in de eerste zitting heb verteld:
Ik heb de volgende punten uitgebreid aan de rechter voorgelegd om toe te lichten waarom ik om een goedmaakgesprek bleef vragen en waarom ik ervan uitging dat ik nog noodzakelijke zakelijke mededelingen kon doen nadat zij om een adempauze had verzocht. Zodra zij dat aangaf, ben ik namelijk wel onmiddellijk gestopt met het herhalen van mijn verzoek om een verhelderend en herstellend gesprek, een gesprek dat zij zelf bijna dagelijks had toegezegd, maar nooit is nagekomen…
Daarna heb ik nog enkele keren, in het kader van mijn werkzaamheden voor de fractie en dus ook ten behoeve van haar, informatie met haar gedeeld die ik noodzakelijk achtte voor de uitvoering van mijn taken. Ook heb ik een enkele vraag gesteld om toestemming te verkrijgen voor het gebruik van specifieke content. Toen zij daarop niet reageerde, ben ik ook daarmee gestopt en moest ik mijn vragen vervolgens via de fractieleiding laten lopen. De fractieleiding werd daarvan, op zijn zachtst gezegd, moedeloos.
Ik heb hieronder per onderdeel mijn verantwoording zo kort en bondig mogelijk uitgewerkt. Tijdens de zitting werd het door herhaalde theatrale vragen en interrupties van de rechter lastig om mijn verhaal in één keer volledig te vertellen. Mij is uitgelegd dat dit gebruikelijk is: het dient om te toetsen of iemand consistent blijft in zijn relaas. En neem van mij aan… dat bleef ik. Te privé dingen heb ik weg gelaten omdat ik dat onnodig beschadigend vind…
Ruwweg de volgorde van behandeling:
Seksuele intimidatie:
Het raadslid hechte er waarde aan dat er in de eerste zitting expliciet door de rechter werd uitgesproken dat er van seksuele intimidatie geen sprake was. Ik heb dit ook zelf nu als eerste expliciet benoemt van mijn zijde.
Er was van enige seksualiteit of seksuele intimidatie geen sprake.
De rechter,
“Verteld u ons eens hoe het allemaal zo gekomen is…”
Ik vertelde het volgende;
In februari 2023 kwam het raadslid bij ons langs om mee te eten. Zij was boos en ontdaan en gaf aan dat zij zich geïntimideerd voelde door de bestuursvoorzitter. Volgens haar had hij haar onder druk gezet en aangegeven dat zij meer moest bijdragen binnen de partijorganisatie. Wij hebben dat destijds genuanceerd. We probeerden haar gerust te stellen en gaven aan dat wij ons niet konden voorstellen dat de bestuursvoorzitter zich op een intimiderende manier zou hebben opgesteld en dat ze inderdaad nu als raadslid meer verplichtingen had.
Echter acht maanden later…
Er vond een gesprek plaats in de fractiekamer van D66 Amersfoort. Daarbij waren ook vertegenwoordigers van het landelijk bestuur aanwezig. Tijdens dat gesprek heeft de bestuursvoorzitter zich op een manier uitgelaten richting ons die wij als zeer dreigend en intimiderend hebben ervaren. Hij zei onder andere: ‘Dat moet je niet willen, daar ga je spijt van krijgen.’ De wijze waarop hij dat uitte, maakte het gesprek voor ons onveilig. Wij hebben daarop besloten om het gesprek onmiddellijk te beëindigen en de ruimte te verlaten.
Dit vertelde ik om helder te maken met wat voor bestuursvoorzitter wij te maken hadden en dat mijn eerste reactie ooit naar haar toe dus niet klopte…
Ik heb het volgende verklaard over, het bestuur:
Ik heb de rechter verteld dat het bestuur mij weer aan het werk had gevraagd. Hij zei daarop dat hij in een verklaring van het bestuur had gelezen dat zij mij meerdere malen hadden verzocht het raadslid met rust te laten. Ik heb meteen gezegd dat dat een pertinente leugen was. Er is mij maar één keer gevraagd om haar even met rust te laten, en zelfs daarbij werd gezegd dat zij moest volgen wat ik namens de fractie uitzette in de communicatie. Daarna hebben ze mij gewoon door laten werken, alsof er niets aan de hand was want niemand hoefde het verder te weten.
Daarna heb ik uitgelegd dat er binnen het bestuur woorden werden gebruikt die ik zelf nooit zou hanteren. Er werden extreme kwalificaties aan haar toegeschreven, termen die ik persoonlijk veel te ver vond gaan. Tijdens de zitting heb ik daarom bewust afgezien van het uitspreken van die woorden. Met de aanwezigheid van mensen en pers in de zaal wilde ik het netjes houden en niet vervallen in harde of kwetsende uitspraken. Wat ik wél heb gezegd, is dat het bestuur haar ongeschikt vond voor de politiek.
Ik ging ervan uit dat deze zwaardere kwalificaties in de stukken stonden die de rechter voor zich had, omdat ik het noodzakelijk vond inzicht te geven in hoe men intern over haar sprak. Alleen door dat te benoemen kon ik duidelijk maken hoe ver het interne verwijderingsproces al was gevorderd en hoe de houding van het bestuur richting haar daadwerkelijk was.
Verder heb ik geschetst dat het bestuur al bezig was haar positie te verzwakken, onder andere door haar de portefeuille Cultuur te willen afnemen en dat ik weigerde daar aan mee te werken, het was een situatie die al langere tijd sluimerde, een dynamiek die ik niet heb gecreëerd, maar waarin ik mij wel bevond en die ik zo zorgvuldig mogelijk probeerde te beheersen en te begeleiden maar uit mijn handen glipte.
Ik heb het volgende verklaard over, het raadslid:
Tijdens de zitting heb ik uitgelegd hoe de situatie met het raadslid is ontstaan. Er was sprake van een hechte en vertrouwde vriendschap, maar op een gegeven moment werden er grenzen genaderd waarbij ik mij niet langer prettig voelde. Daarom heb ik voorgesteld in een gesprek met haar op 16 mei 2023 de vriendschap tijdelijk te pauzeren/verminderen, zodat we later op een rustige manier konden bespreken wat wijsheid voor onze toekomst was… Ik vertelde dat, vanaf dat moment… ik merkte dat er iets verschoof, het leek alsof er een vorm van rancune ontstond, alsof er plotseling een behoefte was om mij te raken of pijn te doen.
Ik heb ook verteld dat zij mij eerder had gevraagd om haar mentor te zijn, en dat ik zag dat ze moeite had met sociale omgang. En dat dit ook door anderen bevestigd werd. Vanuit oprechte zorg en betrokkenheid was ik met haar in gesprek over hoe zij daarmee om kon gaan. Dat was geen spelletje of machtspositie, maar een kwetsbaar en serieus traject waarin ik alleen maar heb geprobeerd haar te helpen.
En dat ze met een viertal kernproblemen worstelde die telkens weer zittend bij ons op de bank of tijdens onze gezamenlijke ritten en uitjes naar boven kwamen. (Deze heb ik uitgesproken maar plaats ik hier niet omdat ik dat te privé vind, deze staan achter een WW-Wall of kom langs)
Ik heb verteld over de voortdurende strijd van aandacht met een andere Draak, (besloten vriendenkring) .
Vervolgens kwam een expliciet document ter sprake. Dit stuk had zij twee dagen vóór de zitting zelf ingebracht, iets wat ik (eerst) niet goed begreep en wat naar mijn mening ook niet nodig was geweest. De rechter behandelde het gelukkig kordaat en zorgvuldig, zonder sensatie en met de juiste afstand. De kernvraag was wie het document had ingezien. Ik heb uitgelegd dat het slechts een handjevol mensen betrof die zeer dicht bij mij stonden en die ik volledig vertrouwde, waaronder De Waag waarvoor ik het schreef, mijn partner, iemand die heel dichtbij mij staat en pas later kreeg mijn advocaat het onder ogen via het raadslid zelf. Ook had ik het gedeeld met de geschillencommissie van D66, omdat ik dacht dat dit een veilige en vertrouwelijke omgeving was.
Daarna heb ik verteld dat juist die geschillencommissie datzelfde vertrouwelijke document heeft doorgestuurd naar, voor zover ik kon meten, zeker negen andere personen of partijen. Dat gebeurde volledig buiten mijn wens en zonder enige invloed van mijn kant, terwijl ik het document juist zorgvuldig en zeer beperkt had gedeeld, en ook nog om een heel andere reden: namelijk om helder te maken waarom de situatie zo uit de hand was gelopen. Ik heb daarbij aangegeven dat wij werkelijk geschokt en beduusd waren dat zo’n vertrouwelijk stuk op deze manier is uitgewaaierd naar buiten.
Aan het einde van dit onderdeel werd mij gevraagd te beloven dat ik het “niet groter zou en het zou afschermen maken naar buiten”. Ik heb gezegd dat dit sowieso nooit mijn intentie is geweest. Ik wilde het niet groter maken, ik wilde juist dat het klein en afgeschermd bleef.
Ik heb het volgende verklaard over, de fractie:
Om duidelijk te maken waarom ik maar probeerde met het raadslid in gesprek te gaan, heb ik ook uitgelegd dat ik de spanningen binnen de fractie al langer kende. En omdat ik dat wist, vond ik dat het noodzakelijk was om opnieuw met haar in gesprek te gaan. Niet om het conflict groter te maken, maar om het te begrenzen, te begrijpen en waar mogelijk haar te helpen.
Tijdens de zitting heb ik vervolgens uiteengezet hoe de sfeer binnen de fractie was.
Ik vertelde dat de fractie, op zijn zachtst gezegd, moe was van haar voortdurende slachtofferrol en complexe sociale omgang. Dat er merkbare irritatie en vermoeidheid was en dat verschillende fractieleden hadden aangegeven dat ze niet altijd perse met haar wilden samenwerken. En dat zij ook hun lange tijd beloofde nog met mij in gesprek te gaan.
Ik heb daarbij gezegd dat ik zelfs opnames heb waarin te horen is dat fractieleden onderling niet bepaald zachtzinnig over haar spreken. dat in die gesprekken ook duidelijk te horen is dat de fractieleiding vond dat het raadslid haar slachtofferrol gebruikte om haar werk niet volledig te hoeven doen. Dat het geen incidentele opmerking was en dat het klonk als een oprechte frustratie vanuit hun rol als leidinggevenden.
Ik heb het volgende verklaard over, haar ouders:
Ik heb de rechter verteld hoe ik ,of eigenlijk wij het gezin van het raadslid kenden. Dat ik hen slechts oppervlakkig kende, maar dat ik haar vader altijd een aardige en benaderbare man had gevonden. Ik legde uit dat we elkaar af en toe tegenkwamen tijdens de campagne, op verjaardagen en bij concerten, en dat het hele gezin wel eens naar culturele producties van mij kwam kijken. Ook heb ik verteld hoe haar vader ooit bij ons thuis op de bank terechtkwam, simpelweg omdat haar zus op dat moment bandcoaching kreeg in onze muziekstudio. Hij zat daar nietsvermoedend te wachten, terwijl de hele kwestie toen al speelde iets waar hij op dat moment nog geen enkele weet van had.
Daarnaast vertelde ik dat het gedrag van het raadslid op een bepaald moment veranderde. Ik kreeg de indruk dat ze haar ouders bewust jaloers probeerde te maken via ons, alsof ze wilde laten zien dat zij bij ons meer aansluiting vond dan thuis.
Ook heb ik benoemd dat haar moeder haar een Xxxxxx had toegedicht waar ze vaak op terug kwam en last van had in haar omgang met andere mensen.
Deze website kwam ook ter sprake:
Tijdens de zitting kwam ook dit deel van mijn website ter sprake. Ik heb uitgelegd dat dit de plek is waar ik mij, noodgedwongen, dagelijks verantwoord en de voortgang documenteer als een soort dagboek. De advocaat‑generaal suggereerde dat de website verboden zou moeten worden, alsof de volledige publicatie in de weg stond aan een zorgvuldige afwikkeling.
De rechter begon over “een sprookjesverhaal” op mijn site. Ik heb uitgelegd dat dat stukje inderdaad over haar ging, maar in een beeldende vorm was geschreven die we onderling wel vaker hadden en uitsluitend bedoeld was voor haar, niet voor anderen. Een raadslid van een andere partij had het ooit gevonden via de zoekfunctie op haar naam. Zodra zij mij dat meldde, heb ik het direct aangepast zodat het niet meer op haar naam te vinden was. Want dat was nooit mijn bedoeling. Ik vertelde de rechter dat dit al lange tijd zo was. Eén van de rechters controleerde het meteen en vond het alleen nog onder een heel specifieke, indirecte zoekterm via een speciale zoeksite, niet via haar naam en niet in de algemene zoekfunctie van mijn hele site. Daarmee was helder dat het verhaal allang niet meer publiek vindbaar was. Hij merkte nog op dat ergens anders op mijn site haar naam ook vervangen was.
Wel werd het ineens pijnlijk duidelijk waarom dat intiem‑expliciete document, twee dagen vóór de zitting ingediend door het raadslid waarschijnlijk is ingebracht: niet om de kern te verhelderen, maar om een algeheel verbod op de site te bepleiten. Het voelde als een poging om het geheel te smoren, niet om de situatie te de‑escaleren of belaging verder te duiden. En al zeker niet in het belang van het Raadslid.
Precies daarom heb ik benadrukt dat mijn bedoeling nooit is geweest om zaken groter te maken; mijn insteek was en is om het klein, zorgvuldig en afgeschermd te houden, met ruimte voor context en herstel in plaats van censuur.
Dit was mijn slotwoord :
Ik heb hiervan slechts de eerste twee zinnen kunnen uitspreken; de rechter onderbrak mij op abrupte en lompe wijze. Mijn advocaat probeerde mij nog enkele aanvullende zinnen te laten voorlezen, maar de rechter begon door mijn verhaal heen de zitting reeds af te ronden. Ik heb mijn schriftelijke slotwoord daarom op tafel moeten achterlaten, in de hoop dat het alsnog aan het dossier zou worden toegevoegd. #TeBizar
Geachte Rechtbank,
Ik sta hier met een zwaar hart. Niet omdat mijn intenties ooit kwaad waren, maar omdat ik besef dat mijn keuzes, in een complexe en chaotische context, hebben geleid tot pijn en misverstanden. Daarvoor betuig ik mijn oprechte spijt.
Het bestuur vroeg mij om te helpen bij een moeizame samenwerking. Dat was voor mij geen excuus, maar wel de context waarbinnen ik handelde. Ik begrijp evenzeer dat die context het ervaren leed van het raadslid niet wegneemt. Daarom bied ik haar mijn excuses aan voor de impact van mijn handelen.
Tijdens mijn werkzaamheden ontving ik voortdurend wisselende en tegenstrijdige signalen van bestuur, fractie en het raadslid. Die onduidelijkheid over mijn rol en houding heeft tot verwarring en escalatie geleid. Ik probeerde juist rust te brengen en in dialoog te blijven om problemen op te lossen, maar ik zie nu dat mijn handelen averechts heeft gewerkt en dat mevrouw Xxx zich daardoor onveilig voelde. Dat spijt mij diep.
Ik heb mij open en kwetsbaar opgesteld, uit vertrouwen en met de wens om samen tot een werkbare oplossing te komen. Ik heb mij niet gerealiseerd hoe mijn betrokkenheid, hoe goed bedoeld ook, de grens van de ander kon overschrijden.
Ik had haar rust moeten geven, geen druk. Dat is mijn grootste fout geweest.
Ik had moeten kiezen voor haar en haar rust, en niet voor het grotere belang.
Ik heb hiervan geleerd en ben er nog van aan het leren, ook met hulp van buiten. Over grenzen, prioriteiten en hoe zorg soms verwarrend kan worden als communicatie faalt.
Geachte Rechtbank, ik vraag u mijn intenties, mijn berouw en de ingewikkelde omstandigheden mee te wegen.
Ik zou er diep en blijvend verdriet van hebben als een teveel aan zorg en betrokkenheid blijvend als kwaadwillend wordt geduid.
Ik vraag u om ruimte voor herstel, proportie en een toekomst waarin grenzen centraal staan.
Bernard
Veroordeling
Veertien dagen later werd ik, tegen mijn verwachting in, alsnog veroordeeld… zelfs met een iets zwaardere straf dan eerder was opgelegd. Mijn indruk is dat het mogelijk een rol heeft gespeeld dat ik in mijn verklaring meerdere betrokken partijen medeverantwoordelijk heb gemaakt. In juridische procedures wordt vaak verwacht dat iemand volledig het boetekleed aantrekt, en dat heb ik niet gedaan omdat ik eerlijk moest blijven over de bredere context.
Ik kan natuurlijk niet bewijzen wat precies heeft meegespeeld, maar ik kan wel benoemen wat ik als mens heb ervaren. Ik heb het gevoel dat bepaalde vormen van politieke betrokkenheid of beïnvloeding in de achtergrond een rol zouden kunnen hebben gespeeld. Ook heb ik ervaren bij de reclassering Utrecht die de voor verhoren doet, dat mijn positie, als oudere, laag opgeleide witte man uit een volkswijk in combinatie met de positie van de andere partij, mogelijk minder gunstig uitviel binnen de beeldvorming die tijdens zulke processen ontstaat. Ik vermoed dat dit, samen met de manier waarop het analyse‑software pakketje bij de reclassering werkt, niet in mijn voordeel heeft meegespeeld. Zij geven namelijk advies aan de rechtbank.
Mijn verklaring achteraf…
Ik vroeg om gesprek, bedoeld om goed te maken wat onduidelijk was en om mijn zorgen te duiden. Na vraag om rust deed ik mijn werk binnen de afgesproken toestemming, waarbij het onvermijdelijk was dat ik af en toe een minimale mededeling deed over agenda en voortgang. Op de sociale‑mediakanalen waarvoor ik verantwoordelijk was, zijn in dat kader enkele likes geplaatst. Medewerkers kon ik toen nog niet informeren omdat ik de kwestie klein wilde houden, de handelingen waren zuiver bedoeld maar vielen binnen mijn beheerrol en verantwoordelijkheid. Na de duidelijke stop, heb ik naar mijn inzicht één noodzakelijke juridische mededeling gedaan om eerlijk te zijn en misverstanden te voorkomen. Alles bij elkaar betrof het uitsluitend schriftelijke en digitale handelingen: geen fysiek contact, geen druk, geen intimidatie…
Achteraf blijkt dat dit geheel juridisch als belaging wordt gezien. Ik heb mij dus juridisch vergist en dat accepteer ik… ik zal mijn straf tot mij nemen. Juridisch is vooral gekeken naar de herhaling, veroorzaakt door mijn paniek om de ontstane spagaat van belangen en de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, en minder of niet naar mijn intentie… binnen dat kader valt mijn handelen daardoor onder belaging.
Maar ik zal werkelijk nooit begrijpen dat menselijkheid en zorg in ons wetboek onder deze kwalificatie kunnen vallen. Ook al voelt het voor de wederpartij wellicht wel zo… ik ging ervan uit dat mijn intenties zouden begrepen en meegewogen zouden worden, maar dat is niet gebeurd. Juridisch feit is juridisch feit. Het is wat het is…
Dit deel van de wet voelt voor mij onwerkelijk en ver verwijderd van mijn realiteit.
Ik hoop oprecht dat niemand hierin aanleiding ziet om menselijkheid en zorg na te laten…
Bernard
