De Pers – Besturen beschadigen levens

D66-raadslid weigert gesprek met mentor en doet aangifte.

Redactie: 31-12-2025 – Aangepast 05-01-2026 17:00 – 7 minuten leestijd (concept)

Een poging tot dialoog over het sociale gedrag van een D66-raadslid escaleerde tot een aangifte en veroordeling wegens belaging. Het raadslid, dat de mentor eerder zelf had gevraagd om begeleiding, weigerde elk gesprek en koos voor juridische stappen. Deze opmerkelijke wending roept vragen op over politieke omgangsvormen, transparantie en de verantwoordelijkheid van volksvertegenwoordigers. Hoe ver reikt de plicht tot openheid tegenover kritiek, en waar ligt de grens tussen betrokkenheid en persoonlijke veiligheid? Het incident speelt op een moment dat het vertrouwen in de politiek onder druk staat: burgers verlangen dialoog, terwijl politici steeds vaker terugvallen op juridische middelen.

Over de verkiezingen D66 Amersfoort en de zwakheden van het bestuur van de lokale afdeling.  

#Amersfoort #Verkiezingen #D66 #BernardvanGellekom #Mentor #Belaging #MarjoleinPerdok #Fractie #BartHuydts #Bestuur

Zelfgevraagd mentorschap

Het verzoek tot gesprek kwam voort uit zorgen over de manier waarop het raadslid omging met mensen en collega’s. Volgens betrokkenen was het doel om wederzijds begrip te creëren en spanningen weg te nemen. In plaats daarvan werd het initiatief achteraf uitgelegd als ongewenste toenadering, wat uiteindelijk leidde tot een aangifte én een veroordeling voor belaging.

Wat deze situatie extra wrang maakt, is dat het raadslid niet alleen eerder actief had gevraagd om begeleiding van dezelfde mentor, maar dat ook het partijbestuur om hernieuwde ondersteuning vroeg. Het bestuur zag zich geconfronteerd met problemen rond organisatie, activatie en motivatie binnen het team en wilde daar verandering in brengen. De mentor werd benoemd om opnieuw te helpen bij het versterken van samenwerking en het verbeteren van interne processen.

Daarbij speelde mee dat hij eerder een ander partijlid succesvol had begeleid tijdens een verkiezingscampagne, wat resulteerde in een sterke positie binnen de lokale politiek. Juist die ervaring maakte hem tot een logische keuze voor het raadslid en het bestuur. Dat een dergelijk verzoek om hulp uiteindelijk uitmondt in een aangifte en veroordeling, roept vragen op over de interne dynamiek van de partij en de manier waarop conflicten worden aangepakt. Het contrast tussen het eerdere vertrouwen en de latere juridische escalatie maakt deze kwestie des te opmerkelijker.

Escalatie achter de schermen

Het bestuur vroeg de mentor om het raadslid “even met rust te laten”, maar hij moest wel zijn taken gaan uitvoeren voor fractie en bestuur met duidelijke toestemming van het raadslid. De mentor had de kwestie zelf bij het bestuur aangekaart en wilde de kwestie uitpraten alvorens te beginnen, maar het raadslid wilde dit niet, desondanks mocht de mentor wel aan het werk van haar. Dit betekende dat hij hoogstnoodzakelijke mededelingen bleef doen. Toen het raadslid daar niet op reageerde, deed hij deze via de fractieleiding, die daar moedeloos van werd. Volgens insiders stelden zij dat het raadslid haar slachtofferrol wel erg goed uitkwam om haar werk niet te doen.

Wat deze situatie extra wrang maakt, is dat het raadslid nooit een reden heeft opgegeven om niet in gesprek te gaan. De mentor heeft in vele gesprekken aangegeven dat het zo niet verder kon. De fractieleiding liep vast: enerzijds zei het raadslid nog in gesprek te willen gaan en vond zij het goed dat de mentor aansloot bij vergaderingen en werk voor de fractie deed. Anderzijds frustreerde zij de werking van de samenwerking zichtbaar.

Het conflict was al begin mei 2023 bij het bestuur bekend, vrijwel direct na het kritische gesprek tussen raadslid en mentor. Achteraf bleek dit het moment waarop het raadslid besloot niet meer in gesprek te gaan, ondanks dat zij later herhaaldelijk aangaf daartoe bereid te zijn. Het gesprek kwam er echter nooit. Toch zette het bestuur de mentor aan het werk. Hij twijfelde, maar kreeg te horen dat hij zijn taken moest uitvoeren en dat zij dan maar moest volgen. Zijn officiële installatie als communicatiecoördinator vond midden augustus plaats, tijdens een bijeenkomst met alle belangrijke D66-vertegenwoordigers én het raadslid zelf, dit terwijl het conflict nog volop gaande was. Dit maakt de interne tegenstrijdigheid des te schrijnender.


Laatste poging tot contact en nieuwe wending

Toen alle communicatie stokte en de kritiek op het raadslid steeds sterker werd, besloot de mentor de ouders aan te schrijven in een poging om een gesprek tot stand te brengen. Dat gesprek kwam er niet. In plaats daarvan volgde een aangifte van belaging, een stap die de interne verhoudingen binnen de partij verder op scherp zette.

In eerste instantie stond de fractie, en later ook het bestuur, achter het idee dat de mentor de kwestie zou voorleggen aan de landelijke integriteitscommissie. Toen echter bleek dat hij niet het raadslid ter discussie stelde maar zijn zorgen uitte over het onvermogen van het bestuur bij de afhandeling, veranderde de houding rigoureus. Het lokale bestuur startte een royeringprocedure tegen hem, probeert hem monddood te maken door zijn werkzame periode bij de partij van LinkedIn te laten verwijderen, en probeerde via de rechter verborgen publicaties op zijn eigen website te verbieden. Ook stuurde de integriteitscommissie zeer vertrouwelijke stukken aan het raadslid om dat verbod te ondersteunen. De royering werd uiteindelijk gehonoreerd op formele gronden, zoals het maken van opnames tijdens gesprekken, niet vanwege de kwestie met het raadslid zelf.

Deze acties rieken naar een bewuste poging tot geschiedvervalsing: door de mentor uit de officiële partijgeschiedenis te wissen, ontkent de partij niet alleen zijn bijdragen, maar ook de context van het conflict. Dergelijke praktijken ondermijnen transparantie en wakkeren complotdenken aan, precies op een moment dat burgers al huiverig zijn voor politieke machinaties. Voor een partij die openheid predikt, is dit een kwalijke paradox te noemen.

Overdracht en genegeerd aanbod

Opmerkelijk is dat de mentor, binnen enkele dagen na het beëindigen van zijn werkzaamheden eind 2024, alles in het werk heeft gesteld om een zorgvuldige overdracht te realiseren. Hij bood aan om domeinen, digitale drives en fysieke materialen over te dragen, maar beschikt tot op heden nog over deze middelen, inclusief een kast vol promotioneel materiaal. Ondanks deze inspanningen beticht het bestuur hem nu van het tegendeel. Dit toont niet alleen de discrepantie tussen feiten en beschuldigingen, maar onderstreept ook hoe onmisbaar zijn rol was binnen een bestuur dat structureel worstelt met organisatie en continuïteit.
In een latere brief heeft hij zelfs opnieuw aangeboden om bij deze overdracht te helpen, maar op dat aanbod is tot op heden wederom niet gereageerd.

Geschiedvervalsing en polarisatie

De aangifte en uiteindelijke veroordeling heeft geleid tot verontwaardiging bij stemmers op de betrokken personen maar ook bij partijleden, die het zien als een poging om kritiek te smoren. Anderen wijzen erop dat volksvertegenwoordigers ook recht hebben op bescherming tegen gedrag dat zij als intimiderend ervaren. De partij heeft nog geen officiële verklaring afgelegd, maar volgens insiders zet het incident niet alleen de interne cultuur van de partij onder druk, het dreigt ook de verhoudingen binnen de gemeenteraad verder te polariseren.

Een gemiste kans voor D66?

Deze situatie raakt aan een fundamentelere vraag: hoe kunnen burgers en politici elkaar nog vertrouwen in een tijd waarin wantrouwen de norm lijkt te worden? Het weigeren van een gesprek, juist nadat het raadslid was aangesproken op haar sociale gedrag, markeert niet zomaar een gemiste kans om bruggen te bouwen, het symboliseert een pijnlijk onvermogen om verantwoordelijkheid te nemen voor menselijke verhoudingen binnen de lokale politiek. Tegelijk legt het de fragiele grens bloot tussen openheid en zelfbescherming, waarin principes vaak het onderspit delven.

Voor D66, een partij die zichzelf graag afficheert als hoeder van transparantie en dialoog, is dit meer dan een geïsoleerd incident. Het zwijgen en uitblijven van contact maken de kloof tussen woorden en daden des te schrijnender. Juist hier had de partij kunnen laten zien dat integriteit begint bij zelfreflectie, het verwijst impliciet naar de gemiste kans op mediation of dialoog. Maar voorlopig lijkt het makkelijker om weg te kijken dan een gesprek tussen partijen te organiseren.

Spijt

De mentor erkent dat hij zelf een ernstige inschattingsfout heeft gemaakt. Toen het raadslid om adempauze vroeg, heeft hij die niet volledig geboden. Hij koos voor wat hij zag als het grotere belang van de fractie en de organisatie en negeerde daarmee een duidelijke persoonlijke grens. “Ik had beter moeten weten,” zegt hij nu. Met jarenlange ervaring in coaching en begeleiding had hij moeten begrijpen dat het respecteren van die grens zwaarder woog dan het nastreven van organisatorische doelen. Tijdens beide zittingen betuigde hij nadrukkelijk zijn spijt over die verkeerde beslissing, een moment van erkenning dat zwaarder woog dan elk inhoudelijk verweer. Zijn spijt legt een pijnlijke waarheid bloot: zelfs wie door ervaring en overtuiging gevormd is, kan onder de druk van loyaliteit en groepsbelang de verkeerde keuze maken. In dit geval met gevolgen die niet alleen desastreus, maar ook onuitwisbaar blijken.


Onderstaand artikel wordt momenteel op de achtergrond herschreven en afgerond als de hele zaak is afgerond.
We wachten met name nog op reactie en antwoorden van landelijk op een mail met kritische vragen.
Zie pagina updates, LinkedIn kwestie en meer…


Amateur besturen D66 beschadigen levens

Bernard en Ingeborg voelen zich misbruikt en afgedankt

Naar aanleiding van de veroordeling van Bernard van Gellekom voor de belaging van een raadslid van D66 Amersfoort bevind ik mij in één van de zwaar leren stoelen en kijk rond. In deze stoel heeft hij, weet ik, de afgelopen decennia menig cultureel format bedacht om later met zijn team de stad in te slingeren. Bernard maakt koffie en begint al te praten. Ik luister nog niet echt. Dit alles speelt zich af in zijn werkkamer, ‘De Bibliotheek’ genaamd. De ruimte ademt historie en wijsheid. De muren zijn bekleed met boeken, brieven en herinneringen aan een leven gewijd aan het helpen en onderwijzen van anderen. Aan de muren hangen Amersfoortse kunstwerken, schilderijen en foto’s die de stad en haar cultuur weerspiegelen. Elk stuk heeft een verhaal, een verbinding met de mensen die hij in de loop der jaren heeft leren kennen en begeleid. “Deze werken hebben allemaal een stukje van de stad en zijn mensen in zich,” zegt Bernard. “Veel is gemaakt door mensen die hier ooit in deze stoelen zaten, zoekend naar richting in hun leven of met een duidelijk doel voor ogen.” Hier, in deze ruimte, hebben velen, onder wie inmiddels bekende Amersfoorters en Nederlanders richting gevonden. Bernard zit in de haarvaten van Amersfoort en zijn leven.

Redactie: 20-06-2025 (Concept)


Bart Huydts
Mariska Denayere 
Marjolein Perdok

Tyas Bijlholt
Lisa Overmars

Bestuur D66Amersfoort
Fractie D66Amersfoort 
D66Amersfoort
Bestuur D66 Amersfoort
Fractie D66 Amersfoort 
D66 Amersfoort
Politiek Amersfoort

Werkplek

De Bibliotheek is niet zomaar een werkkamer, maar een plek waar levens zijn veranderd. Het is een ruimte waar Bernard luisterde, adviseerde en hielp; waar hij mensen zag groeien, maar waar nu de littekens van een verloren vriendschap voelbaar zijn. Het was vaak ook het vertrekpunt van lange wandelingen die hij met mensen maakte. “Om elkaar niet aan te hoeven kijken,” zegt Bernard. “Vooral bij masculiene mensen onder elkaar werkt dit bevrijdend bij emotie die er wel mag zijn, maar niet altijd gezien hoeft te worden.”

Sinds 2017 ondersteunt hij al mensen van D66, ook degenen die later de partij de rug toekeerden. Alle campagnevergaderingen in 2022, evenals talloze fractie- en bestuur bijeenkomsten in de afgelopen jaren, vonden plaats op deze bijzondere locatie. Het was de plek waar plannen werden gesmeed, strategieën werden afgestemd en waar uiteindelijk met opgeheven glazen werd geproost op een belangrijk besluit: Bernard zou de rol van communicatiecoördinator “weer” op zich nemen, maar nu niet meer tijdelijk. Op foto’s is een enthousiast en proostend bestuur te zien, niet alleen vanwege deze benoeming, maar ook vanwege het grotere plan dat erachter schuilging, een visie die verder reikte dan de campagne zelf.

Voortvarend als hij is, begon hij direct aan een uitgebreide organisatieherstructurering; die drive laat hij mij nog steeds zien. Opvallend is dat er één naam ontbreekt: die van één raadslid. “Zij weigerde, ook na verzoek van de fractievoorzitter, zich aan te melden,” licht hij toe.


Bernard

Bernard is een volkse jongen in de diepste en fijnste zin van het woord, opgegroeid op straat in de volkswijk Soesterkwartier. Hij draagt zijn petje als symbool en om te laten zien dat hij weet waar hij staat. Geboren in een ondernemersgezin en een familie waar discussie en verdieping niet werden gemeden. Iemand die overduidelijk met beide benen in de klei staat, maar zijn blik altijd op de horizon houdt. Hij is niet gevormd door boeken alleen, maar vooral door het leven zelf: door te vallen, te luisteren, lief te hebben, te verliezen en telkens opnieuw te kiezen om met meer kennis op te staan. Zijn ontwikkeling kwam voort uit nieuwsgierige en onbevangen, zelfgekozen groei, niet uit het moeten.

In essentie is Bernard een alleskunner, maar geen opschepper. Hij weet hoe een verbrandingsmotor werkt én hoe de mens in elkaar steekt. Hij doorziet en snapt snel systemen en het systeemdenken, en heeft een uitzonderlijke liefde voor de rafelranden van het bestaan. Zijn kracht zit niet in specialisatie, maar in het verbinden van de vele werelden die hij kent: mens en leed, techniek en kunst, taal en daad, jongeren en wijsheid.

Filosofisch gezien belichaamt Bernard het idee dat ware kennis voortkomt uit ervaring. Niet de abstractie, maar het doorleefde inzicht vormt zijn kompas. Hij zoekt geen absolute waarheden, maar is trouw aan dat wat klopt in het klein, in het echt, in het nu. Misschien is hij daardoor geen denker in de klassieke zin, maar wel een wijze in de praktijk van het leven. En voor de ander vooral een lieve gids die letterlijk je hand vasthoudt wanneer je even niet weet waar naartoe.

Bernard heeft mij toestemming gegeven om ons gesprek op te nemen en aantekeningen te maken, maar het maken van beeld- en geluidsmateriaal van de documenten en berichten die hij mij toont en laat horen, heeft hij strikt verboden. Dit heeft hij zelfs zojuist officieel vastgelegd om de privacy van alle betrokkenen te beschermen. Ik weet ook nog niet of ik dit stuk ooit mag publiceren of redactioneel mag gebruiken.

“Ik word verplaatst en zit nu achter het bureau van Bernard.”

Ik zit hier nu van alles door te kijken en te luisteren; het is een bizar dossier, met ook duizenden privéfoto’s met het raadslid. Hij stuurt niets op. Dit is beroepsethiek: wat je mij vertelt of doorstuurt, blijft bij mij. Alleen Ingeborg mag ook alles weten, en dat weten de mensen met wie hij werkt of omgaat. “Ik doe wat ik beloof, al mijn leven lang, tenzij ik in een situatie kom dat ik niet anders meer kan,” zucht Bernard de ruimte in. Dat hij, en nu steeds meer mensen, dit moet laten lezen, zien en horen, maakt hem verdrietig. Hij lijkt niet anders meer te kunnen om zichzelf en anderen die hij liefheeft te beschermen.


Emotie

“Weet je,” begint Bernard, zichtbaar emotioneel, “ik ben na ruim twee jaar ten einde raad. Iemand die ik nog steeds onvoorwaardelijk liefheb, lijkt een verkeerde afslag te hebben genomen en blijft volharden in die route, terwijl, of juist doordat, talloze partijen zich ermee bemoeien en louter lijken te handelen uit eigenbelang: ouders, besturen, fractie, wethouders en zelfs de burgemeester.” Zijn stem klinkt vastberaden, maar ik voel ook een ondertoon van diep verdriet. “Ik heb elke kleine stap genomen die maar mogelijk was om dit tot een goed einde te brengen,” zegt hij zacht.

Bernard en zijn vrouw Ingeborg staan in Amersfoort en omstreken bekend als mensen met een groot, liefdevol hart. Ze zijn 38 jaar samen en vormen een voelbare eenheid; wat hij voelt, voelt zij ook, en omgekeerd. Bij de start van hun bedrijf in 1996, en Bernard daarvoor al, begeleiden en huisvesten ze een breed scala aan mensen: van ex-gedetineerden en ex-verslaafden tot jongeren die door de maatschappij of school vaak als ‘probleemjeugd’ worden gezien. “Ik heb moeite met die term,” zegt Bernard. “Ik zie meestal wel de jeugd, maar niet het probleem.” Zijn benadering is gebaseerd op gelijkwaardigheid, vertrouwen en een diepgeworteld rechtvaardigheidsgevoel. Hij heeft een enorme drang om mensen vooruit te helpen. Dat doet hij vooral door te werken aan hun bewustzijn en zelfbeeld, niet door eigenschappen te framen of te veroordelen, maar door deze zichtbaar voor ze te maken en in een context te plaatsen. Vervolgens helpt hij hen om in relatie tot de buitenwereld te leren omgaan met wie ze zijn, zonder zichzelf te verliezen.

Door de niet ingevulde kinderwens en zijn hartinfarcten heeft Bernard besloten wél noodzakelijk te zijn voor de toekomst van de wereld: ertoe te doen en relevant te zijn voor wie dat nodig hebben of wensen, en materialisme en status volledig los te laten.

Dit werk ligt, gezien de beschuldiging en veroordeling van belaging en dus een integriteitsprobleem, bijna volledig stil. Vanaf het begin van de mogelijkheid dat dit op straat zou kunnen komen te liggen, heeft Bernard uit eigen beweging al zijn professionele, maar ook privé begeleiding- en coachingswerk met kwetsbare mensen per direct stopgezet. “Dit mag niet anderen schaden,” zegt hij. “Dit heeft het echter tot mijn groot verdriet wel gedaan. Ik kon er niets over vertellen, zeker niet toen het later ook nog onder de rechter kwam. Ik moest het vaak gewoonweg zonder reden stopzetten.” Ik lees berichten waarin ouders toch vragen door te gaan met de begeleiding. “Er zijn mensen beschadigd geraakt doordat ik ze, voor hun gevoel, in de steek heb gelaten.”

Hij is minimaal driekwart van wat hij zijn leven noemt kwijt: zorg, onderwijs, cultuur en politieke betrokkenheid zijn hem door dit alles ontnomen en onmogelijk gemaakt. Vooral ook om het raadslid niet met zijn aanwezigheid te confronteren.

Bernard zette zich met Beweging-FCG jarenlang in voor spraakmakende RTV-producties die politiek en cultuur in Amersfoort agendeerden. Met samenwerkingen als Per Expressie en zijn grote socialmediabereik wist hij duizenden inwoners te betrekken. Ideeën als een nieuw stadhuis, cultuurhuis, parkeerbeleid en een groene ring kwamen mede door zijn inzet vroegtijdig in beeld. Wethouders, raadsleden en zelfs de burgemeester werkten hier graag aan mee – ook het betrokken raadslid deed dat vaak en met plezier.

Het is ronduit schokkend dat Bernard – en daarmee ook Ingeborg, beiden jarenlang ambassadeurs van cultureel en sociaal Amersfoort – door machtsmisbruik monddood zijn gemaakt. Hun verbindende rol en diepe betrokkenheid bij de stad worden hiermee onterecht uitgewist, terwijl hun betekenis juist van grote waarde is voor deze gemeenschap.


Een hechte band en groeiende druk

Het coachingtraject met een raadslid van D66 Amersfoort begon zoals vele andere. Ze had hulp nodig bij het begrijpen van sociale dynamieken en het leren hanteren van emoties in complexe situaties. Wat begon als een tijdens de campagne van 2022 gegroeide hechte vriendschap, ontwikkelde zich tot een diepe vertrouwensband. Ze wist dat Bernard binnen hun vriendenkring al iemand intensief had begeleid en gesteund die het inmiddels tot wethouder heeft gebracht. Het raadslid vroeg, naast die vriendschap, op een gegeven moment om coaching en mentorschap en vond die steun bij Bernard. Hij zag in haar een intelligent, analytisch en gedreven persoon met lef, maar iemand die nog wel worstelde met de sociale regels van de politiek en maatschappij. “In sommige opzichten was ze al heel ver in haar (over)denken, in sommige nog niet, en daar vroeg ze hulp bij. Dat vind ik moedig voor iemand van haar leeftijd,” zegt Bernard. Ondertussen lees ik hier haar maidenspeech die hij samen met haar schreef.

Dan kijk je na deze zin even rond en dan ga je weer verder, staat er als aanwijzing.

“Ik wilde haar helpen, dat heb ik altijd gedaan,” zegt Bernard. Hij beloofde haar tijdens de campagnevergaderingen een zetel; hij laat een online berichtenreeks zien waarin hij meer dan 1700 van zijn relaties vraagt op haar te stemmen en niet op hem. “Ik voel mij daarom ook verantwoordelijk om haar te laten slagen,” zegt hij, terwijl hij door zijn telefoon scrolt. En dat bleef niet onopgemerkt binnen de partij. Hij laat mij berichten zien en horen van D66 Amersfoort-fractieleden en bestuurders die benadrukten hoe belangrijk het was dat hij doorging met de coaching, maar ook vooral voor de partij. De druk werd steeds groter. Men hoopte dat hij haar kon bijsturen en kwam bij hem om over haar te praten, in de hoop iets aan haar gedrag te doen. Maar ik lees ook een stuk later andere meldingen, waarin sommigen vonden dat ze het wel erg vaak over hem had. Ik hoor een aantal gesprekken waarin lastige gedragingen van haar worden uitgesproken en ook een oordeel waarvan je het ijskoud krijgt. “Zeker als je zoveel om iemand bent gaan geven en je kan haar niet meer bereiken om haar te helpen,” spreekt Bernard uit, waarna hij even de bibliotheek uitloopt.

Hij begon gesprekken op te nemen toen hij hier, in zijn bibliotheek, steeds vaker hoorde hoe fractieleiding en bestuursleden over haar spraken, ogenschijnlijk bezorgd, maar vaker nog roddelend, kleinerend en ondermijnend. Niet recht in haar gezicht, maar achter haar rug om. Hij merkte hoe ze haar positie begonnen uit te hollen, aanvankelijk subtiel, maar steeds doelgerichter. De politieke belangen begonnen zwaarder te wegen dan de menselijkheid. Toen hij ontdekte dat het raadslid zelf in gesprekken met fractieleiding en bestuur bewust een route insloeg waarbij woorden uit hun context werden gehaald, verdraaid en strategisch ingezet, wist hij dat er meer aan de hand was. Wat begonnen was als een poging tot herstel, veranderde langzaam in een spel van verdachtmakingen.

Hij speelt nog een audiobericht af waarin een fractielid zegt: “We kijken nog naar een ZZP-contract en volgende week maandag kan je dus weer bij de fractievergadering aansluiten.” De problematiek rond het raadslid was toen al maanden bij haar en meerdere betrokkenen bekend, maar men ging er toch steeds vanuit dat hij zou blijven aansluiten. Er is zelfs overwogen om Bernard buitengewoon raadslid te maken, dit was zelfs ook ooit een wens van het raadslid zelf lees ik in hun app. In de mails en berichten lees en hoor ik dat hij vele malen aangeeft dat het zo niet gaat en ook niet zal werken. Op de vraag “hoe dan?” in een telefoongesprek met de bestuursvoorzitter, zegt deze simpelweg: “Dan moet ze maar volgen.” Een ander bericht laat iemand horen die hem verzoekt op de achtergrond betrokken te blijven: “Ze heeft je nodig, anders loopt het mis, ze kan het nog niet aan.” “Ik heb het gevoel dat ik met haar ouder-kind gesprekken voer.” Weer een andere opname laat horen dat twee leden van de fractieleiding vinden dat haar slachtofferrol haar wel heel handig uitkomt. En de definitieve opmerking van de bestuursvoorzitter… die vindt dat ze een “ijsbal in haar hart heeft” en ongeschikt is voor de politiek, bracht wanhoop bij Bernard.

Bernard hoort het na lange tijd weer en stopt even het gesprek. “Koffie?”

Bernard gaat weer zitten. “Ze is zeker geschikt,” zegt hij bedachtzaam, “maar ze had veel voor haar kiezen, onder andere haar master en ze werkt in een bepaalde volgordelijkheid. Met de juiste hulp komt ze er zeker.”

In alle gesprekken die ik terug hoor, blijft Bernard haar steunen. Kritisch, zeker, maar altijd met loyaliteit en nuance. Hij laat haar nergens vallen, toont begrip voor haar kant en benadrukt telkens het belang van geduld in haar persoonlijke proces. Waar Bernard haar als volwaardige gesprekspartner benaderde, spraken anderen over haar alsof het om een gestoord kind ging dat begeleiding nodig heeft.

Ze wilden haar van de portefeuille cultuur afhalen.

Ik hoor dat dit met gemak wordt voorgesteld door een bestuurslid, iets waar ik zelfs ongemak bij voel. Ik hoor Bernard zeggen dat hij dit zeker niet wenselijk acht en hier niet mee akkoord gaat. “Dit lost niks op,” zegt hij. Na dit gesprek stuurt Bernard een uitgebreid dossier naar de Integriteitscommissie van D66 Landelijk, met zijn zorgen. In een telefoongesprek dat ik hier aanhoor, bevestigen zij de terechte zorgen en zeggen letterlijk: “Niet in gesprek gaan bij ons is geen optie.” Het gesprek kwam er echter nooit, want het raadslid weigerde wederom. Later, bij een bijeenkomst met de fractievoorzitter en het landelijke en lokale bestuur op de fractiekamer van D66 Amersfoort, kregen Bernard en Ingeborg te horen dat het om een privéprobleem ging en dat ze konden gaan; al hun werkzaamheden werden per direct stopgezet.

In vrijwel elk gesprek dat ik hoor of lees, keert steeds dezelfde vraag terug: “Wat is er dan gebeurd dat ze niet meer met je wil praten?” Bernard antwoordt telkens even rustig als consequent: “Ik heb haar stevig aangesproken op haar gedrag naar mij toe en daarbij ook veel van jullie signalen en opmerkingen verwerkt.” In datzelfde gesprek gaf hij bovendien aan om persoonlijke redenen iets meer afstand te willen nemen van het raadslid, hij vond de relatie te intiem worden. Het raadslid benadrukt in haar contacten met anderen steeds dat er niets is voorgevallen. In een app-bericht de volgende dag bevestigde zij dat beeld toen Bernard aanbood te helpen met het ophangen van de gordijnen die ze eerder samen hadden uitgezocht: “Je had toch even rust nodig, ik red mij wel.” Toch bleek juist dit ogenschijnlijk onschuldige moment het startpunt van haar besluit om Bernard nooit meer te willen zien.

Het raadslid verklaarde echter steevast aan de fractieleiding en bestuursleden: “Er is niets gebeurd!”

Deze verklaring werd niet aan Bernard gericht, maar steeds tegen de andere betrokkenen herhaald in de gesprekken die ze met haar voerden. De tegenstelling tussen de verschillende versies roept vraagtekens op over wat er werkelijk tussen hen heeft gespeeld.


Ondertussen

De fractieleden en wethouders zagen hun kans schoon om via Bernard hun zichtbaarheid te vergroten, met het oog op de volgende verkiezingen. Eerder had hij in zijn rol als communicatiecoördinator aangeboden hen daarbij te ondersteunen. Maar toen het raadslid buitenspel kwam te staan, maakten zij gretig gebruik van zijn bekendheid. Op sociale media en in fotomappen zie ik tientallen selfies met Bernard, bedoeld om hun eigen profiel te versterken.


Intens

Het bleef niet bij coaching. Tijdens de verbouwing van haar appartement vroeg het raadslid Bernard om hulp bij kleur- en interieuradvies, maar ook om samen haar appartement om te bouwen. In die periode merkte hij een verdere verandering in hun dynamiek. De gesprekken werden nog persoonlijker, de grenzen vager. Ze kopieerde steeds meer dingen van hem. Ik kijk nu naar een foto: het raadslid zit achter een bureau waar ik nu zelf ook achter zit, maar dan bij haar thuis, in ook een (mini)bibliotheek. Wat hij eerst zag als een klik die hij graag met een eigen kind gehad zou willen hebben voelde op een gegeven moment niet meer helemaal goed. Bernard vond de intimiteit die ontstond, vanuit zijn ervaring, verontrustend. Hij overlegde dit afzonderlijk met twee bevriende therapeuten en natuurlijk met Ingeborg, en die gaven allen duidelijk aan dat ze dat al langer vonden.

“Niet omdat zij iets verkeerd deed!” verduidelijkt hij. “Maar omdat ik voelde dat zij iets van mij verwachtte wat ik niet kon geven.”

Hij probeerde subtiel afstand te nemen, door haar niet af te wijzen, maar door haar bewust te maken van de situatie. “Ik heb letterlijk tegen haar gezegd: ‘Ik wil even iets minder … (naam raadslid),’” herinnert hij zich nog goed. “Niet om haar niet meer te helpen, niet om haar weg te duwen, niet om haar minder te willen zien, maar om de realatie minder intens te wensen.” Er waren duidelijk anderen die invloed op haar hadden en hun vriendschappelijke relatie, vermoedelijk om de verkeerde reden. Bernard kijkt naar het plafond. “Ik heb haar zo vaak gezegd dat onze relatie, maar ook onze gezamenlijke bekendheid in politiek en cultureel Amersfoort, jaloezie en afgunst kon opwekken.” “Dit was dus al gaande,” zegt hij bedeesd.

Hij laat mij berichten zien waarin hij na hun gesprek aangeeft haar nog echt wel te willen helpen met het omzomen en ophangen van de door hen als laatste gezamenlijk gekozen witte vitragegordijnen.

Ze schrijft venijnig terug: “Je wou toch rust, ik red mij wel!” Daarna liet ze hem niet meer toe in haar leven, zo bleek later.

Ik zie een filmpje dat ze stuurde naar hun gezamenlijke app “Gemiauw”, waar Ingeborg, de vrouw van Bernard, ook in zit. Ze had haar appartement helemaal klaar en opgeruimd in beeld gebracht, met de tekst: “Ik ga nu heerlijk genieten en chillen in mijn paleisje.” Bernard heeft het echter in het echt nooit meer af mogen zien.


De omslag

Dan komt het kantelpunt van vertrouwen naar beschuldiging. Bernard laat mij een reeks berichten lezen. Eerst zijn er lange gesprekken, diepgaande uitwisselingen over gezamenlijke voorliefdes, kleding, damesschoenen, werk, politiek, groei, maar ook persoonlijke intimiteiten. Het zijn geen berichten van een afstandelijke werkrelatie, maar die van een diepe vertrouwensband, van twee mensen die elkaar oprecht waardeerden en vertrouwden. Girlstalk noemden ze het zelf. Zij blijft reageren, houdt zelf contact en stuurt persoonlijke updates en nog foto’s met lady’s kleding. Ook met Ingeborg en de anderen uit de Drakenclub, de persoonlijke jongerenclub van Bernard en Ingeborg, houdt ze nog actief contact, hoort Bernard van de andere draken.

Maar dan verandert de toon als Bernard hoopvol blijft vragen om samen te wandelen, om weer eens echt in gesprek te komen. Ze zegt telkens toe, maar vindt telkens een reden om het niet door te laten gaan.

En ineens wil ze geen contact meer met Bernard.

Bernard voelt aan dat hun laatste fysieke gesprek als een blokkade tussen hen in is komen te staan. In een poging die muur te doorbreken, stelt hij voor het gesprek voort te zetten in aanwezigheid van een vertrouwenspersoon, in de hoop ruimte te creëren voor wederzijds begrip. Maar zij weigert resoluut en dringt er met klem op aan dat niemand hiervan op de hoogte mag zijn. Haar boodschap is onmiskenbaar: niemand mag dit weten!

In een poging tot verbinding schrijft Bernard haar een persoonlijke brief, die ik mag inzien. Het is een liefdevolle, openhartige brief, geschreven in de context van hun bijzondere verstandhouding. Geen druk, geen drama, slechts de oprechte wens om haar te laten voelen hoeveel hij nog altijd om haar geeft en hoe bijzonder zij voor hem is. Haar reactie is warm en meelevend, maar ook gereserveerd. Ze noemt het “lief, maar ook onhandig.” Een antwoord dat evenveel zegt in wat er wél als in wat er niet wordt uitgesproken.

“Lief,” zo noemt ze hem voortdurend; overal in de communicatie komt dat terug, waarop hij steevast zegt: “Ik ben niet lief! Ik ben stoer!”

Bernard schakelt over naar de noodzakelijke communicatie voor hun samenwerking binnen D66A en de culturele projecten in Amersfoort. Maar haar antwoorden blijven uit. Later zal ze precies al deze berichten met terugwerkende kracht tegen hem gebruiken wanneer ze aangifte doet van belaging. Hij heeft haar werkelijk nooit ergens opgezocht of anders benaderd, sterker nog: hij heeft zelfs honderden bijeenkomsten gemeden om te voorkomen dat ze zich ongemakkelijk zou voelen, maar ook om nog meer vragen van derden te voorkomen. “Haar gedrag naar mij was allerminst onzichtbaar en riep vragen op,” vertelt Bernard.

Ik lees nu die berichten terug die als belaging worden gezien als ik een map open met printscreens. Allemaal liefdevol, allemaal bedoeld om het contact op een normale manier voort te zetten. Maar omdat zij nu een andere kant op lijkt te willen denken, lijkt alles herschreven te zijn in haar hoofd.


De Prijs van Verantwoordelijkheid

Bernard speelt een audiobericht af. Een bekende stem klinkt: “Dan offer ik mij wel op, als zij maar door kan, dan is het voor mij wellicht over.” Het is de stem van Bernard zelf, opgenomen tijdens een gesprek met twee leden van de fractieleiding in zijn bibliotheek.

Hij herinnert zich hoe hij, in een laatste wanhopige poging tot verbinding, een tweede brief stuurde aan haar ouders. Omzichtig, maar doelbewust, benoemde hij daarin wat er in de omgeving over haar werd gezegd. Niet uit wrok, niet om haar te beschadigen, maar uit verantwoordelijkheid. Dit is mijn laatste kans, wist hij. “Ik wilde per se dat zij wisten wat er speelde. Ze is begaafd, leest zich in, trekt snel conclusies en past zich aan. Als zij het grotere plaatje zou zien, kon ze misschien weer zelf de regie nemen.” Hij wist dat het risico groot was: als ze het anders zou interpreteren, kon het precies het signaal zijn waar haar omgeving, de fractieleiding en het bestuur op wachtten. En dat gebeurde: ze ging over de rooie over de brief in de fractie en bij het bestuur. Deze schaarden zich definitief achter haar en lieten Bernard als een baksteen vallen. Met een brok in zijn keel zegt Bernard: “Als ze dan maar om haar heen gingen staan, haar niet in de steek lieten. En godzijdank… zie ik dat nu, bijna overdreven, gebeuren op de socials. Ze doet het fantastisch, precies zoals ik verwachtte.”

Ik zie trotse, natte ogen bij hem opwellen.

Maar het kreeg een nog zwaardere prijs: het raadslid stuurt hem na de brief aan haar ouders een officiële stopbrief. Door de fractieleiding wordt hij hard aangevallen over wat hij dan wel niet in die brief geschreven zou hebben. Bernard laat dat in het midden. En als ik zelf de brief lees, begrijp ik waarom. In een gesprek met een fractielid hoor ik deze zeggen dat ze als een blad aan een boom is gedraaid. “Ineens reageert ze normaal als iemand in het stadhuis een compliment maakt over haar kleding?”

Ik zie hier een foto van het feestje van zijn start als communicatiecoördinator bij Zandfoort aan de Eem. Het raadslid en alle lokale D66-coryfeeën zijn erbij aanwezig. Ik zie Bernard speechend op een filmpje. Saillant detail is dat dit 31 augustus was, terwijl het bestuur en de fractieleiding al in mei door Bernard op de hoogte waren gesteld van de problemen met het raadslid, die alleen maar groter waren geworden.

Ironisch genoeg is het dezelfde partij die Bernard eerst onder druk zette om door te gaan voor de partij, voor het algemeen belang. En nu? Nu keert diezelfde partij zich volledig tegen hem en probeert hem monddood te maken en zelfs te demoniseren.

“Eerst mocht ik hun en haar niet loslaten,” zegt Bernard. “En nu mag ik hun en haar niet meer gekend hebben.”

Ze zijn nu lokaal bezig Bernard te royeren via het landelijk bestuur. Dit is vroegtijdig, nog voor de uitspraak van de rechtbank, aan alle lokale leden via een mail bekendgemaakt.


Het is tijd om te gaan

Beneden, in de atelierruimten van het pand, opent Bernard bij zijn afscheid zwijgzaam een kastdeur. Binnenin: stapels campagnemateriaal, zorgvuldig opgeborgen, alsof het nog op een volgende ronde wacht. Flyers, spandoeken, notitieblokken vol ideeën, en opzij nog wat persoonlijke spullen die zijn achtergelaten door het raadslid, met twee Gamma-kassabonnen erop. “Ik had dit gemakkelijk kunnen aangrijpen als aanleiding om haar op te zoeken en een gesprek te forceren,” zegt hij zacht, “maar ik wilde geen onrust brengen in haar thuissituatie. Ik weet uit ervaring met cliënten hoe diep dat kan insnijden en hoe snel dat traumatisch kan worden.” Maar ik zie ook sporen van het begin van dit persoonlijke verhaal: tussen het materiaal staat namelijk een megagroot groen hart met het D66-logo erop.

“Ik maakte die voor haar in de nacht, voor haar Valentijnsplan tijdens de campagne van 2022,”

Zegt Bernard, zijn stem duidelijk en helder. “Later bleek dat juist die dag het moment was waarop ik iets begon te begrijpen… over wat er bij haar zou kunnen spelen.” Dan zwijgt hij. Hij kijkt even stil naar de spullen en loopt met kalme tred richting de deur. Het gesprek is vandaag voorbij. Bernard laat me uit, met de vanzelfsprekendheid van iemand die weet: sommige hoofdstukken sluit je niet met een punt, maar met een stil gebaar. Morgen weer een dag…


Aanhouding

Kort nadat Bernard van Gellekom haar zelf had geïnformeerd over de voortgang van een door hem aangespannen lasterzaak, deed het raadslid aangifte van belaging. Opmerkelijk is dat soortgelijke berichtgeving eerder niet als belaging werd gezien. Tijdens een zogenoemd ‘stopgesprek’ bevestigden twee rechercheurs dat Van Gellekom zich al ruim zes maanden keurig aan de voorwaarden van de eerder door haar verstuurde stopbrief had gehouden. De aangifte roept daarmee vragen op over proportionaliteit en context. Hij wilde nu wederom niet dat ze het via de politie hoorde. De zaak werd voorlopig aangehouden wegens gebrek aan bewijs, met uitzicht op een mogelijke artikel 12-procedure. Bernard voelde zich genoodzaakt tot deze stap, omdat er na het ‘stopbericht’ geen andere manier meer was om zijn verhaal kenbaar te maken. Ook mensen en organisaties om hem heen drongen aan op actie, ter bescherming van cliënten en om zijn eigen integriteit te waarborgen. In de eerste zin van de sommatie die ik hier voor mij heb, sprak hij wederom de wens uit aan justitie tot bemiddeling en gesprek.

Naar wat later bleek, heeft ze kort daarop aangifte van belaging gedaan.

Niet lang daarna werd Bernard opgeroepen bij de politie. Wat leek op een gesprek over de aangifte, mondde uit in een aanhouding. Tijdens de verhoren kwam naar voren dat burgemeester Bolsius zich al vroeg intensief met de zaak had bemoeid, iets wat later ook door de reclassering en rechter werd benoemd. De burgemeester zou hebben aangedrongen op het indienen van de aangifte én het initiëren van het zogenaamde stopgesprek, terwijl Bernard zich daar al aan hield.

De aanhouding zelf verliep zwaar: Bernard werd na vier uur verhoor met een gevangenisbusje naar het detentiecentrum in Houten gebracht. Hoewel de rechercheurs tijdens het verhoor al snel concludeerden dat er geen sprake was van kwade opzet en vroegen om de uitspraak van het OM thuis af te wachten, werd dit verzoek na lang overleg geweigerd. De twee vrouwelijke rechercheurs hadden gelukkig persoonlijk voor een boterhammetje gezorgd, helaas met kaas, waar hij niet van houdt, maar hij at het toch op; zijn onderbuikgevoel zei hem dat dit wel eens noodzakelijk kon zijn. Wederom vier uur later stond Bernard weer buiten de poort van het detentiecentrum in Houten, met een kaartje voor twee uur gratis OV-reizen in Nederland.

“De meest surrealistische reis naar huis in mijn leven,” aldus Bernard.


Burgermeester

In deze hele periode moest hij, tot zijn spijt, mensen loslaten zelfs die naar zijn zeggen wél echt belaagd werden, maar nauwelijks gehoor vonden bij de politie. Hij laat mij twee appberichten lezen die daarover gaan.
Bernard heeft met een indringende persoonlijke brief de burgemeester verzocht om een persoonlijk gesprek. Hij wilde daarin bespreken hoe hij het raadslid en andere mensen uit de Amersfoortse politiek wil beschermen tegen wat hij, uit verantwoordelijkheid en noodzaak ter bescherming van zichzelf en de mensen die hij liefheeft, naar buiten zal moeten brengen als er geen wonder geschiedt.

Er is een kant van het verhaal die Bernard tot nu toe met niemand heeft gedeeld en ook nog niet met mij wil delen. Die wenst hij vooralsnog alléén met de burgemeester of met De Waag (forensische geestelijke gezondheidszorg) te bespreken, in vertrouwen. Hij zag in de burgemeester een onpartijdig persoon die enkel voor de belangen van het raadslid zou gaan. Omdat sommige waarheden niet via de media of het recht gesproken kunnen worden, maar van mens tot mens.

De burgemeester wenst geen gesprek en zegt te vertrouwen op de rechterlijke macht.


Het hoger beroep en de steun

Bernard is na de uitspraak in de belagingszaak in hoger beroep gegaan. Hoewel de opgelegde straf op het eerste gezicht wellicht licht lijkt, wegen voor hem vooral de maatschappelijke en financiële gevolgen het zwaarst: het feit dat hij niet langer kan meedraaien in de wereld die hij liefheeft.

In zijn ogen heeft de strafrechter essentiële context genegeerd en uitsluitend geoordeeld binnen kille juridische kaders, zonder oog voor de onderliggende verhoudingen en motieven. Alles wat hij deed, was in zijn beleving ingegeven door niets anders dan diepe zorg voor het raadslid.

In de rechtszaal bood Bernard zijn excuses aan het raadslid aan. Hij erkende dat hij, ondanks zijn intentie het juiste te doen, de verkeerde afweging heeft gemaakt. “Ik had voor haar rust moeten kiezen, niet voor het algemeen belang van D66 Amersfoort. Dat spijt mij enorm.”

De keuze was voor hem complex. Zowel het bestuur als de fractie drong er sterk op aan dat hij actief bleef, ook toen zij op de hoogte waren van de spanningen. “Achteraf was het wijs geweest om mij terug te trekken. Maar als veertien betrokken partijleden je nadrukkelijk vragen aan de gang te gaan en het raadslid zelf instemt, dan ben ik – zo blijkt – niet sterk genoeg geweest om het grotere plaatje te zien en voorop te zetten.”

“Wat mij pijn doet, is dat het AD-artikel verzwijgt dat de rechter op verzoek van het raadslid expliciet heeft uitgesproken, dat er géén sprake was van seksuele intimidatie of iets wat daar maar op lijkt.”

Hij ergert zich eraan omdat dit detail juist veel van de suggestieve inkleuring had kunnen wegnemen die een vluchtige lezer nu mogelijk meekrijgt. Bovendien wijst hij erop dat het raadslid zich terdege bewust leek van die mogelijkheid en hem dat niet wilde aandoen.

Door de onverwachte aanwezigheid van pers heeft hij geen privézaken willen benoemen of hardop willen uitspreken wat anderen van haar vonden, nog steeds uit bescherming voor haar.
Bernard zegt dit in hoger beroep niet langer te kunnen doen; het is te relevant voor de context waarom hij het noodzakelijk vond om weer met haar in gesprek te komen. Zijn focus ligt nu op de mensen die hem nodig hebben, die hem liefhebben en die hem nog altijd hun volledige vertrouwen schenken.

Mensen die weer trots met hem over straat of op stap willen gaan.


Massale steun voor Bernard van Gellekom

Bernard van Gellekom heeft inmiddels honderden berichten, (vertrouwens)verklaringen en persoonlijke bezoeken ontvangen van mensen die hem en zijn vrouw Ingeborg steunen. De toon is unaniem: oprechte warmte, respect en waardering voor hun jarenlange, vaak belangeloze inzet. “Je voelt de oprechte warmte,” zegt Bernard, terwijl hij enkele verklaringen toont. Veel mensen geven aan dat ze achter hen staan en bereid zijn voor hem te getuigen. “Mensen laten ons weten dat ze achter ons staan, dat we dit niet alleen hoeven te dragen.”

Er hebben zich drie groepen gevormd die bij het hoger beroep aanwezig zullen zijn. In hun berichten staat steeds één boodschap centraal: “Ingeborg zal daar zeker niet meer alleen achter Bernard in de zaal zitten.”

Bernard zucht. “Ik probeer haar nog steeds te beschermen,” zegt hij zacht, terwijl hij naar de grond kijkt. “Maar dat lukt niet meer, gezien alle partijen die hierbij belang hebben volharden in hun eigen route en werkelijk niet in gesprek wensen te gaan met mij. Het beschermen van haar belang weegt niet langer op tegen het inmiddels grotere belang, al helemaal niet nu deze media-aandacht dat onmogelijk heeft gemaakt.” Zijn verantwoordelijkheid ligt nu bij degenen die achter hem staan, die hij wil blijven steunen zoals hij dat altijd in vertrouwen heeft gedaan.

Zijn telefoon ligt open op het bureau, net zo open als Bernard zelf. Berichten, audiofragmenten en op de computer een enorm digitaal beeldenarchief van een band die ooit zichtbaar vertrouwd en hecht was. Politieke en sociale krachten lijken dit uit elkaar getrokken te hebben.

Ingeborg heeft alles aangehoord, zichtbaar geëmotioneerd. Ze zegt:
“Wij hebben niet alleen haar, maar ook een andere draak altijd geholpen om verder te komen, dag en nacht. Ook de partij heeft altijd op ons kunnen rekenen, in alles.”
Ze slikt even en vervolgt: “Ik snap echt niet waar Bernard dit aan verdiend heeft.”

“Wij voelen ons misbruikt en afgedankt.”

Persoonlijke reflectie van Bernard van Gellekom

Het is vreemd… Ik ervaar nu zoveel meer open, oprechte en liefdevolle waardering dan ik ooit had durven hopen. De gesprekken die ik nu voer zijn niet alleen mooi en intens, maar ook kritisch, eerlijk en inhoudelijk waardevol. Er wordt niet gezwegen, er wordt gedeeld, zonder terughoudendheid, vanuit volledig vertrouwen.

De inmiddels tientallen ontvangen berichten, steunbetuigingen en verklaringen maken de situatie waarin ik mij bevind des te onbegrijpelijker. Hoe meer mensen zich uitspreken over wie ik voor hen ben en ben geweest, hoe schrijnender het contrast wordt tussen hun werkelijkheid en het beeld dat nu over mij is ontstaan. Die kloof is niet alleen diep verdrietig, maar ook verontrustend.

Een oom van mij zei ooit: “Je zou eens op je eigen begrafenis moeten kunnen horen hoe mensen echt over je denken.” Precies dát is wat ik nu ervaar… terwijl ik hier nog ben, levend, strijdend, en bereid om te luisteren en te praten.

Maar het is juist dat contrast, tussen de warme bevestiging van wie ik ben en de kille logica van systemen… die dit gebeuren zo dubbel maakt. Het is intens prachtig en schrijnend…


Bernard heeft de site: www.bernardvangellekom.nl/dan-moet-ze-maar-volgen waar hij (bijna) alle informatie deelt, gebouwd om zijn kant van het verhaal duidelijk te maken.


Bart Huydts
Mariska Denayere 

Bestuur D66Amersfoort
Fractie D66Amersfoort 
D66Amersfoort
Bestuur D66 Amersfoort
Fractie D66 Amersfoort 
D66 Amersfoort
Politiek Amersfoort
Briefje door de bus… na de beëindiging van de samenwerking….


Aanvullende redactionele aandachtspunten (pre-gesprek D66 landelijk)
Timing en context: Dit concept is opgesteld vóór het voorgenomen gesprek met het landelijke D66-bestuur en de uitkomst daarvan. De inhoudelijke resultaten van dat gesprek zullen, zodra beschikbaar, nog worden verwerkt in het uiteindelijke artikel dan wel redactienota.
Gemeentelijke betrokkenheid bij pandgebruik: In het stuk moet worden meegenomen dat de gemeente Amersfoort na 21 jaar ineens vragen begint te stellen over het gebruik van hun pand. De timing roept bij betrokkenen vragen op en lijkt samen te vallen met de escalatie van het conflict. (Onderzoeksvraag)
Genegeerde culturele bewegingen:
Twee grote culturele initiatieven in de stad, die onder leiding van Bernard van Gellekom functioneren, worden door betrokken partijen genegeerd. Bernard heeft deelnemers inmiddels verzocht geen enkele interactie meer te hebben met openbare uitingen waarin de naam of portret van het betreffende raadslid voorkomt, inclusief likes. De rechter zou zelfs hebben geoordeeld dat dit ‘belaging’ oplevert. (Dit verdient nadere duiding)
De centrale vraag: Een rode draad in reacties van buitenstaanders is de onduidelijkheid over wat Bernard precies heeft gedaan dat zó ernstig zou zijn dat het raadslid geen gesprek met hem toelaat. Omdat deze bij veel lezers en betrokkenen leeft, moet in het artikel/interview de vraag duidelijker en explicieter worden gesteld.
Factchecking namen en bronnen: Alle namen (die ik nog moet invullen) in het artikel worden vóór publicatie geverifieerd met Bernard van Gellekom. Alleen met zijn expliciete goedkeuring worden zij opgenomen.
Beeldmateriaal: Beeldmateriaal wordt opgevraagd bij de heren Wouda en Brons. Voor publicatie wordt toestemming gevraagd aan alle duidelijk herkenbare personen en locaties die in het beeldmateriaal zichtbaar zijn en aan Bernard.
Mogelijke andere koppen: Oud mentor Monddood gemaakt – Karaktermoord op een stadsicoon


Wederhoor en betrokkenheid bij uitzending
Voorafgaand aan eventuele publicatie of uitzending zal contact worden gezocht met alle betrokken personen en partijen, zodat zij in de gelegenheid worden gesteld hun kant van het verhaal toe te lichten. Zij mogen een reactie aanleveren die, indien gewenst, integraal of in samengevatte vorm zal worden gepubliceerd of verwerkt.

Er moet nog een redactionele slag op het artikel gemaakt worden en een taalpurist naar de tekst kijken.
Ik heb dit volledig zelfstandig geschreven, zonder verdere controle.

Indien de redactie besluit tot uitzending over te gaan, stelt Bernard van Gellekom als uitdrukkelijke voorwaarde dat alle genoemde of betrokken partijen en personen vooraf worden geïnformeerd en uitgenodigd om op hun betrokkenheid te reageren. Deze reacties zullen op zorgvuldige en evenwichtige wijze worden meegenomen in de uiteindelijke productie. Ook hierin eist Bernard inspraak.


Ik heb Bernard toestemming gegeven dit op zijn webpagina, wat vooralsnog voor een selecte groep bestemd is, te publiceren ter verduidelijking van zijn verhaal.


Bernard
Laat volstrekt helder zijn dat ik in eerste instantie zeker niet het raadslid, maar primair zowel het lokale als het landelijke bestuur, maar ook onze burgermeester volledig verantwoordelijk houd voor alle schade die is ontstaan of nog gaat ontstaan. Deze schade betreft niet alleen mij persoonlijk, maar strekt zich ook uit tot het raadslid en de lokale afdeling. Door hun handelen en nalaten hebben zij direct en indirect bijgedragen aan de ontstane situatie en dragen zij de volledige aansprakelijkheid voor alle daaruit voortvloeiende gevolgen..

“In deze club waar machtsverhoudingen en belangen domineren, blijkt klokkenluiden niet te leiden tot waarheidsvinding of menselijkheid. Het tegendeel blijkt, degene die de ethiek bewaakt, wordt uitge- en buitengesloten.”



Al jaren tegen de politiek aanleunen, Ikke Politiek.
Lees hier wat er aan vooraf ging, Beëindiging Sales & Design.
B gaat voor D66 Amersfoort, Persbericht.
Mijn kandidaatstelling, Ik en hoe en waarom ja.
Mijn belangrijkste standpunten.
Mijn D66 Amersfoort pagina.